Opmerking

Dit multimediaverhaal gebruikt video- en audioclips. Ga na of uw luidsprekers ingeschakeld zijn.

Gebruik het muiswiel of de pijltoetsen op uw toetsenbord om tussen pagina’s te navigeren.

Vegen om tussen pagina‘s te navigeren

Hier gaan we

Lassus

Logo http://concertgebouw-brugge.pageflow.io/de-lassus?utm_campaign=topstuklassus&utm_medium=timeline&utm_source=website

Inleiding

Ga naar de eerste pagina

Rustig genie

Roland de Lassus, Orlando di Lasso, Orlandus Lassus: de verschillende namen die hij droeg verraden de grote sprongen die Lassus’ leven maakten. Van een eenvoudige Bergense knaap met gouden stembanden, naar een beloftevol zanger en componist in Italië, tot een beroemdheid gekend in elke uithoek van Europa. In zijn jonge jaren zoog hij gretig de muzikale geluiden van Europa op. Om ze later in alle mogelijke vormen en maten uit zijn componistenpen te laten vloeien. Geen enkele van zijn tijdgenoten deed het hem na en de uitgevers rolden zowat vechtend over de straatstenen om toch maar als eerste zijn nieuwe werken op de markt te mogen brengen. Maak kennis met een genie.
Ga naar de eerste pagina
Op een dag in het jaar 1565 ging Samuel Quickelberg, bibliothecaris aan het hof van graaf Albrecht V van Beieren, op bezoek bij zijn collega Orlando di Lasso. Hij moest de 35-jarige componist interviewen over zijn leven. De weerslag ervan zou verschijnen in een van die gigantische encyclopedische werken waar de 16e eeuw een patent op heeft: een lexicon van alle beroemde personen uit het Duitstalige gebied. Dat Lassus daar als enige componist in terechtkwam, te midden van maar liefst 3200 andere knappe koppen, toont aan hoe groot zijn faam toen al was. En dankzij Quickelbergs ijver weten we gelukkig ook net iets meer over Lassus’ leven dan de archieven anders ooit zouden prijsgeven.    








Ga naar de eerste pagina
0:00
/
0:00
Start audio now
Roland werd geboren in en groeide op in Bergen. Zijn achternaam ‘de Lassus’ verwijst naar weinig verhevens: ‘de là sus’, de mensen van daarginds. Zijn ouders behoorden allicht tot de lagere middenklasse. Lassus vertelde later aan Quickelberg dat hij al vanaf zijn zevende muziekles kreeg. Waarschijnlijk genoot hij een opleiding als koorknaap in een internaatschool. Dat kan erop wijzen dat zijn ouders zich ervan bewust waren dat ze het muzikale talent en de engelachtige stem van hun zoon te gelde konden maken. Knapen met zuivere stembanden waren in die dagen immers een gegeerd goed. Er zijn zelfs heel wat verhalen bekend over broodheren die knapen lieten ontvoeren om zo op een goedkope manier hun hofkapellen te bevolken. Of dat ook met Lassus gebeurde is niet helemaal duidelijk – al zei hij zelf tegen Quickelberg van wel.
Hoort u niets?
Bekijk het via deze link

Ga naar de eerste pagina
0:00
/
0:00
Start audio now
Ferrante Gonzaga, vorst van Mantua en als veldheer in dienst van Karel V, zou uiteindelijk de jonge Lassus uit de koorschool plukken en in dienst nemen. Niet ouder dan veertien was Lassus toen. Gonzaga nam hem mee naar Mantua, naar Palermo en later naar Milaan, waar Gonzaga als bevelhebber van het keizerlijk regiment was aangesteld. Lassus bleef ongeveer drie jaar bij hem en leerde dankzij hem de madrigaalkunst kennen. In die madrigalen werden de liefde en het leven bezongen op poëtische Italiaanse teksten. Lassus was er erg van onder de indruk. In Milaan ontmoette hij Hoste da Reggio, gran capitano in het leger, maar in zijn vrije tijd componist van kunstige madrigalen. Hij leerde de jonge Lassus de kneepjes van de kunst.
Hoort u niets?
Bekijk het via deze link


Ga naar de eerste pagina
0:00
/
0:00
Start audio now
Van daaruit trok de ondernemende knaap, waarschijnlijk op voorspraak van Ferrante, naar Napels. Lassus was toen nog maar net achttien jaar oud, maar leek zich met de hulp van enkele notoire edellieden prima te redden. Zijn gastheer Giovanni Battista d’Azzia, de markies della Terza, nam hem mee naar de Academia dei Sereni: een kring van vurige liefhebbers van de hedendaagse dichtkunst. Lassus zoog het allemaal gretig op. In Napels leerde hij naast hooggestemde poëzie ook de typische villanesca’s kennen, eenvoudige boerenliederen vol humor. De liederen fascineerden Lassus. Waarschijnlijk begon Lassus in Napels voor het eerst echt zelf te componeren: niet toevallig villanesca’s, een genre dat hem veel plezier verschafte en waarnaar hij later nog zou terugkeren.
Hoort u niets?
Bekijk het via deze link

Ga naar de eerste pagina
0:00
/
0:00
Start audio now
Lassus’ nieuwsgierigheid dreef hem steeds verder. Deze keer ging de reis naar Rome. Hij verbleef er opnieuw een tijd in het huishouden van een edelman. In Rome laafde Lassus de oren niet langer aan volkse schertsliederen, maar aan hooggestemde missen en motetten. Niet veel later werd hij aangesteld als kapelmeester van de prestigieuze kerk Sint-Jan van Lateranen. Dat hij zo’n positie kon vastkrijgen, toont aan dat hij, ondanks zijn jonge leeftijd en met nog geen enkele muziekpublicatie op de teller, toch al een behoorlijke reputatie had opgebouwd. Maar lang bleef Lassus niet in Rome. Een jaar later zakte hij naar zijn thuisbasis Bergen af om afscheid te nemen van zijn zieke ouders. Hij kwam jammer genoeg te laat: bij aankomst bleken ze allebei gestorven – zo vertelde Lassus later aan Quickelberg.
Hoort u niets?
Bekijk het via deze link

Ga naar de eerste pagina
0:00
/
0:00
Start audio now
Lassus zou niet meer naar Rome terugkeren. Hij bleef in de Lage Landen hangen en sloot vriendschap met heel wat belangrijke figuren waarvan hij hoopte dat ze hem op een dag aan een prestigieuze positie zouden kunnen helpen. Onder die nieuwe vrienden bevond zich ook Tylman Susato, de Antwerpse muziekdrukker. In 1555 printte Susato het eerste opus van Lassus en daarin was Lassus’ eigen vingerafdruk meteen duidelijk herkenbaar. Lassus zou zich zijn hele carrière lang niet beperken tot één genre, één taal of één stijl. Hij plaatste ze gewoon allemaal naast elkaar. En dus vond je in zijn eerste publicatie Italiaanse madrigalen naast Napolitaanse villanesca’s, Franse chansons die de liefde bezongen naast plechtige, religieuze motetten. De bundel was bijzonder populair en werd meerdere malen herdrukt.
Hoort u niets?
Bekijk het via deze link

Ga naar de eerste pagina
0:00
/
0:00
Start audio now
Lassus zocht een nieuwe werkgever en mikte daarbij hoog. Via Antoine Perrenot de Granvelle, de secretaris van niemand minder dan Karel V, probeerde hij in de gratie van de Habsburgse keizer te komen. Hij droeg een bundel met motetten op aan Granvelle. In de bundel liet hij twee motetten opnemen die specifiek aan keizer Karel waren gericht. Maar Lassus’ pijlen misten doel. Aan het begin van het jaar 1557 dook hij in München op als tenorzanger aan de kapel van hertog Albrecht V van Beieren. Niet meteen een promotie voor de ambitieuze Lassus, zo leek het. Het zou nog zeker zes jaar duren voor hij tot kapelmeester zou kunnen opklimmen. Maar dat de hertog hem hoog inschatte, was van in het begin duidelijk. Lassus kreeg meer loon dan de eigenlijke kapelmeester!
Hoort u niets?
Bekijk het via deze link

Ga naar de eerste pagina
0:00
/
0:00
Start audio now
De eerste jaren was Lassus niet zo gelukkig in München, maar dat veranderde geleidelijk aan en uiteindelijk zou Lassus tot aan zijn dood in München blijven. Hij trouwde er, kreeg kinderen en raakte steeds meer aan zijn leven in München verknocht. Zozeer zelfs dat aanbiedingen uit het buitenland hem steeds minder interesseerden. Als kapelmeester stond hij in voor de ochtenddiensten, waarvoor hij met de regelmaat van de klok een meerstemmige mis afleverde. Voor de vespers, de avondlijke gebedsdiensten, schreef hij een heleboel magnificats. Daarnaast componeerde hij motetten voor belangrijke gelegenheden, tafelmuziek voor banketten en muziek voor de vele jachtpartijen van Albrecht V en zijn gezellen. Ook de opleiding van de koorknapen viel onder Lassus’ verantwoordelijkheid.
Hoort u niets?
Bekijk het via deze link

Ga naar de eerste pagina
Dat Albrecht V een vurig muziekminnaar was, droeg beslist bij aan Lassus’ welbehagen aan het hof. Dat de muziekkapel op haar hoogtepunt een van de beste en meest befaamde van Europa was ongetwijfeld ook. Bij het huwelijk van Albrechts zoon en troonopvolger Wilhelm met Renata van Lotharingen in 1568 waren er niet minder dan zestig zangers en instrumentisten in dienst van de kapel, naast nog eens achttien kapelknapen. Lassus onderhield ook erg vriendschappelijke banden met Wilhelm. Heel wat brieven van Lassus aan het adres van Wilhelm bleven bewaard. De brieven geven een mooi beeld van de omgang tussen beiden: speels en erudiet, voortdurend schakelend tussen Latijn, Frans, Italiaans en Duits. Wilhelm wist duidelijk heel wat van muziek af en de brieven zitten dan ook vol met allerlei muzikale grapjes.
Ga naar de eerste pagina
Ondertussen verspreidde de naam en faam van Lassus zich steeds verder over Europa. Lassus’ vele publicaties speelden daar een belangrijke rol in. Niet alleen in Italië en in Antwerpen werd zijn muziek gedrukt, maar ook in München, in Nürnberg en in Parijs rolde Lassus’ muziek van de persen. ‘Princeps musicorum’, de eerste onder de muzikanten: zo werd hij soms aangeduid op titelpagina’s. Of beter nog: ‘le divin Orlande’. Lassus was ook een graag geziene gast bij de belangrijkste Europese vorsten. Zo kwam hij bijvoorbeeld op de koffie bij Charles IX van Frankrijk. In 1570 verhief keizer Maximiliaan II hem in de adelstand en in 1574 sloeg Paus Gregorius XIII hem tot Ridder van het Gouden Spoor.
Ga naar de eerste pagina
Sluiten
Op het moment dat Wilhelm de troon besteeg in 1579 was de kapel nog maar een magere afspiegeling van wat ze ooit geweest was. Toch overwoog Lassus nog steeds niet om München te verlaten. Toen hem een post werd aangeboden in Dresden, schreef hij dat hij zijn huis, zijn tuin en alle andere goede dingen van het leven niet zomaar wilde opgeven en dat hij zich oud begon te voelen. In zijn laatste jaren leed Lassus aan een wankele gezondheid, gecombineerd met wat we vandaag misschien hypochondrie zouden noemen. Kort voor zijn dood pende hij zijn laatste compositiecyclus neer, de Lagrime di San Pietro: een muzikaal testament vol intense smart.

Ga naar de eerste pagina
wo 22 – za 25 mei 2019

wo 22.05.19 - zo 26.05.19 / Foyer Parterre
Na de biechtstoel
Tickets & info

wo 22.05.19 / 20.00 / Kamermuziekzaal
Tussen de lijnen van de polyfonie
Tickets & info

vr 24.05.19 / 20.00 / Concertzaal
Kudsi Ergüner & Lâmekân Ensemble
Tickets & info

za 25.05.19 / 20.00 / Concertzaal
Vocalconsort Berlin & Daniel Reuss
Tickets & info



Ga naar de eerste pagina

Sluiten
Ga naar de eerste pagina

Een goed bewaard geheim

Lassus’ reputatie in Europa ging gelijk op met de vele publicaties van zijn werk. De muziekdrukkunst, die slechts enkele decennia ervoor definitief uit de startblokken was geschoten, maakte Lassus’ composities beschikbaar over het hele Europese vasteland. De Boetepsalmen bleven echter lang een goed bewaard geheim, dat alleen voor ingewijden toegankelijk was. Albrecht V verbood immers de publicatie ervan. Dat zinde Lassus beslist niet. Maar het deed de reputatie van zijn Boetepsalmen alleen maar deugd: ze groeiden uit tot dé geheimtip bij uitstek onder de gecultiveerde Europese elite.
Ga naar de eerste pagina
0:00
/
0:00
Start audio now
De uitvinding van de muziekdrukkunst betekende een ware revolutie in het muzikale leven – net zoals de boekdrukkunst dat voor het intellectuele leven was. Ottaviano Petrucci boekte in Venetië omstreeks 1501 de eerste successen met de nieuwe techniek. Maar omslachtig was het wel. Elk vel papier moest drie keer door de drukpersen: een keer voor de notenbalken, een keer voor de noten zelf en dan nog een keer voor de tekst. De Antwerpse drukker Pierre Attaignant zorgde rond 1528 voor een volgende doorbraak. Notenbalk, noot en tekst kwamen samen op eenzelfde gegoten teken terecht. Wanneer men al die tekens in de juiste volgorde naast elkaar plaatste, kon men een hele pagina in een keer drukken. Het zag er minder keurig uit, maar het was stukken goedkoper en zorgde ervoor dat de muziekdruk een interessante commerciële onderneming werd.
Hoort u niets?
Bekijk het via deze link

Ga naar de eerste pagina
Sluiten
Het muziekleven veranderde drastisch op enkele tientallen jaren tijd. Voordien waren componisten afhankelijk van manuscripten en kopieën, gemaakt door specifiek opgeleide kopiisten. Dankzij de drukkunst kon muziek plots eenvoudig en snel doorheen Europa reizen en was ze beschikbaar voor iedereen die er maar interesse in had. Dat zorgde ervoor dat voor het eerst, sinds de verspreiding van de eenstemmige gregoriaanse gezangen in de 9e eeuw, een internationale muziekstijl kon ontstaan. Die internationale stijl kreeg bovendien een duidelijk Vlaamse stempel mee. Invloedrijke componisten als Johannes Ockeghem, Nicolas Gombert, Josquin Desprez, Adriaen Willaert en ook Lassus zelf waren allemaal afkomstig uit onze streken en bekleedden overal hoogstaande muzikale functies. Aan de meest prestigieuze Europese hoven zetten zij letterlijk de toon.



Ga naar de eerste pagina
0:00
/
0:00
Start audio now
Maar wat bedoelt men dan precies wanneer men het over die polyfone – meerstemmige – stijl heeft? Tot in de 9e eeuw bestond er helemaal geen meerstemmigheid. Muziek bestond uit slechts een melodie. Soms met versieringen, soms met een langgerekte bastoon als begeleiding, maar nooit meer dan dat. In de 9e eeuw ontstonden de eerste experimenten met meerstemmigheid, beginnend met twee onafhankelijke stemmen die elk hun eigen gang gingen. In de 12e en 13e eeuw breidde het aantal stemmen uit tot drie en vier. De verschillende stemmen leken volledig onafhankelijk van elkaar te bewegen in een druk en mathematisch raderwerk. Pas in de renaissance kwam dat complexe raderwerk tot rust en kregen we de uitgebalanceerde polyfonie te horen van grootmeesters als Desprez of Palestrina. Horizontale lijnen en verticale samenklanken vonden in hun werk een nieuw evenwicht.
Hoort u niets?
Bekijk het via deze link            

Ga naar de eerste pagina
Vijf generaties van muzikanten uit de Lage Landen domineerden het muzikale toneel tijdens de 15e en 16e eeuw. Overal in Europa werden zij aangenomen als zangers, leraren of componisten. Waar kwam al dat talent toch vandaan? Onderzoekers schrijven het succes van de Vlaamse polyfonisten toe aan de excellente koorscholen in onze contreien. Al van in de middeleeuwen bestond er bijvoorbeeld in de kathedraal van Luik een opleiding voor koorknapen. Zij werden er getraind om de complexe polyfone lijnen als vanzelf de baas te kunnen. Vanaf hun zesde of zevende woonden de knapen in en kregen onder leiding van een ‘magister puerorum’ een brede, gedegen opleiding met niet alleen les in muziek, maar bijvoorbeeld ook Latijn. Na hun stembreuk waren de knapen vrij om de koorschool te verlaten en hun geluk te beproeven in de rest van Europa.
Ga naar de eerste pagina
Lassus’ muziek wordt vandaag vaak als het sluitstuk beschouwd van de Vlaamse polyfonie. Geen enkele andere polyfonist schreef zoveel muziek – meer dan tweeduizend werken – en beoefende zoveel verschillende genres op zo'n hoog niveau. In zijn muziek vond de meerstemmige stijl een wonder evenwicht tussen technische perfectie, pure klankschoonheid en expressieve kracht. Ook Albrecht V, Lassus’ werkgever, was zich maar al te goed van diens kwaliteiten bewust. Niet toevallig verbood hij tijdens Lassus’ eerste jaren aan het Beierse hof de publicatie van enkele van zijn meest bijzondere werken, waaronder ook de Boetepsalmen. Albrecht beschouwde ze als zijn privé-eigendom, iets waarmee hij zijn hof een sfeer van exclusiviteit kon geven. Wie Lassus’ meesterwerken wilde horen, moest naar Beieren komen.
Ga naar de eerste pagina
Lassus begon reeds in 1559 te componeren aan de Boetepsalmen, maar moest dus wachten tot in 1584 tot hij eindelijk de toestemming kreeg om ze te laten drukken. Zeker in Lassus’ beginjaren aan het hof van Albrecht V leidde dat tot torenhoge frustraties. Natuurlijk wilde hij niets liever dan zijn mooiste werken aan de hele wereld tonen! Maar Albrecht had andere plannen. Dat de boetepsalmen hem erg dierbaar waren, mag blijken uit het feit dat hij opdracht gaf om het werk te laten kopiëren in een groot manuscript, opgeluisterd met waanzinnig mooie miniaturen van de hofschilder Hans Mielich. Samuel Quickelberg schreef het voorwoord. Het project nam jaren in beslag en imponeerde heel wat bezoekers aan het Beierse hof. Het handschrift bevindt zich vandaag in de Bayerische Staatsbibliothek München.
Ga naar de eerste pagina
wo 22 – za 25 mei 2019

wo 22.05.19 - zo 26.05.19 / Foyer Parterre
Na de biechtstoel
Tickets & info

wo 22.05.19 / 20.00 / Kamermuziekzaal
Tussen de lijnen van de polyfonie
Tickets & info

vr 24.05.19 / 20.00 / Concertzaal
Kudsi Ergüner & Lâmekân Ensemble
Tickets & info

za 25.05.19 / 20.00 / Concertzaal
Vocalconsort Berlin & Daniel Reuss
Tickets & info
Ga naar de eerste pagina

0:00
/
0:00
Start audio now
Vraag aan eender welke muzikant waarom hij of zij zoveel van Lassus houdt en het antwoord luidt precies gelijk: omdat Lassus met zijn noten de tekst zo goed tot leven kon brengen. Dat vond ook Lassus’ collega aan het Beierse hof Samuel Quickelberg. In een voorwoord bij de eerste uitgave van de Boetepsalmen schreef hij: ‘Lassus was zo goed in het uitdrukken van de emoties van de tekst, dat het leek alsof je het voor je eigen ogen zag gebeuren. Je kon je afvragen of de zachte emoties hun schoonheid overdroegen op de prachtige klaagzangen, of (andersom) dat de klagende stemmen schoonheid verleenden aan de emoties.’ Beluisteren met het tekstboekje in de hand is dan ook de boodschap.
Hoort u niets?
Bekijk het via deze link

Ga naar de eerste pagina
0:00
/
0:00
Start audio now
De Psalmi poenitentiales, ofwel de Boetepsalmen zijn een set van zeven teksten uit het Bijbelse psalmboek. Gevoelens van ontreddering en ellende verbinden de psalmen, met daaraan gekoppeld telkens een besef van schuld en een brandend verlangen om boete te doen. Zeker het Miserere (psalm 50) is vandaag nog steeds een bekende tekst. Tijdens de middeleeuwen werd het dagelijks reciteren van de boetepsalmen een courante religieuze praktijk, vooral in de vastenperiode voor Pasen. Men nam aan dat Koning David de psalmen zelf had geschreven voor zijn eigen boetedoening. Dat het om precies deze zeven psalmen gaat, is waarschijnlijk eerder toevallig. Er zijn immers nog heel wat andere psalmen die hetzelfde thema bespelen. Maar de voorliefde voor het getal zeven, als getal van de volmaaktheid, heeft ongetwijfeld wel een rol gespeeld.
Hoort u niets?
Bekijk het via deze link

Ga naar de eerste pagina
Heel wat tijdgenoten van Lassus lieten zich door de Boetepsalmen inspireren. En misschien hoeft dat ook niet te verwonderen. In de tweede helft van de 16e eeuw raakten componisten steeds meer geïnteresseerd in de expressieve lading van de tekst. Waar voorheen de abstracte schoonheid van strak geweven zanglijnen domineerde, zocht men nu naar een muziekstijl die ‘iets’ vertelde: muziek die pijn opriep als de tekst dat dicteerde of juist vreugde teweeg bracht als de tekst daarom vroeg. De Boetepsalmen, met hun vele emotionele uithalen en intense, persoonlijke sfeer, vormden het perfecte oefenterrein. Componisten zochten hoe ze, zonder de regels van de meerstemmigheid te doorbreken, muziek en woord aan elkaar konden spiegelen. En dat leverde – zoals de Boetepsalmen van Lassus bewijzen – prachtige muziek op.
Ga naar de eerste pagina
0:00
/
0:00
Start audio now
Blijft de vraag hoe Lassus dat huwelijk tussen taal en muziek precies voor elkaar kreeg. Om te beginnen luisterde hij goed naar het ritme van de woorden die hij op muziek wilde zetten. Dat ritme vertaalde hij bijna letterlijk naar de lengte van zijn noten: een beklemtoonde lettergreep kreeg een lange noot toegewezen, een onbeklemtoonde lettergreep een korte noot. Daardoor vloeit Lassus’ muziek net zoals ook de taal vloeit. Ook komma’s en punten kregen een plek in Lassus’ partituur: daar houdt de muziek telkens even stil. Maar Lassus ging daarnaast ook op zoek naar de inhoudelijke hartenklop van de tekst. Telkens wanneer de tekst van richting verandert, bijvoorbeeld van spijt naar woede, of van wanhoop naar hoop, dan kantelt de sfeer van Lassus’ muziek ogenblikkelijk mee.
Hoort u niets?
Bekijk het via deze link

Ga naar de eerste pagina
0:00
/
0:00
Start audio now
Lassus slaagde er bovendien in om met zijn componistenpen soms haast letterlijk de tekst uit tekenen. In de eerste van de zeven Boetepsalmen valt de melodie bijvoorbeeld helemaal stil op de woorden ‘Miserere mei, Domine’ (Wees mij genadig, o God). De bovenste stem herhaalt wel negen keer dezelfde noot alsof ze wil benadrukken hoe leeg het bestaan van de zondaar is zonder de genade van god. Wat verderop in dezelfde psalm schildert Lassus de dood als een gestadig dalende lijn op de woorden ‘Quoniam non est in morte’. De hel krijgt op de woorden ‘et inferno’ een nijdige, dalende sprong toebedeeld die in alle stemmen wordt herhaald. Wanneer de woorden ‘valde velociter’ (zeer snel) vallen in het tiende vers van diezelfde psalm, barsten alle stemmen plots in snelle, wispelturige noten uit.
Hoort u niets?
Bekijk het via deze link

Ga naar de eerste pagina
0:00
/
0:00
Start audio now
De teksten van de boetepsalmen zijn behoorlijk lijvig en misschien ook wel een tikkeltje langdradig. Lassus ving dit op door van elk vers een nieuw muzikaal verhaal te maken, voor telkens een ander arsenaal van stemmen. Zo gaat de eerste psalm vijfstemmig van start, om na het tweede vers over te schakelen naar een intieme, driestemmige bezetting met enkel de hoogste stemmen. Daarna, bij het vierde vers, groeit de groep opnieuw naar vier stemmen en deze keer krijgen de lage stemmen het woord. Bij het achtste vers dunt de muziek zelfs uit tot een eenvoudig duet tussen de twee laagste mannenstemmen. Zo creëerde Lassus een eindeloze variatie aan klanken en sferen. Elke psalm eindigt met de doxologie: ‘Gloria Patri et Filio et Spiritui Sancto …’. Door op dat moment telkens een zesde stem toe te voegen, gaf Lassus elke psalm zijn eigen uitroepteken mee.
Hoort u niets?
Bekijk het via deze link

Ga naar de eerste pagina
Dat Lassus in zijn set van Boetepsalmen meer zag dan zomaar wat losse stukken muziek, blijkt uit de overkoepelende structuur die hij aan het geheel meegaf. Voor elk van de psalmen gebruikte hij een andere modus. De modus kan men beschouwen als een set van tonen die de componist als ingrediënten voor een compositie gebruikte. Zo koos Lassus voor de eerste psalm de Dorische modus, voor de tweede de Hypodorische, enzoverder. Op dat moment waren er acht modi bekend. Lassus voegde aan de set van zeven Boetepsalmen daarom nog twee jubelende Laudate-psalmen toe in de achtste modus. Op die manier vormde zijn cyclus één geheel die het hele palet van beschikbare tonen bestreek.
Ga naar de eerste pagina
wo 22 – za 25 mei 2019

wo 22.05.19 - zo 26.05.19 / Foyer Parterre
Na de biechtstoel
Tickets & info

wo 22.05.19 / 20.00 / Kamermuziekzaal
Tussen de lijnen van de polyfonie
Tickets & info

vr 24.05.19 / 20.00 / Concertzaal
Kudsi Ergüner & Lâmekân Ensemble
Tickets & info

za 25.05.19 / 20.00 / Concertzaal
Vocalconsort Berlin & Daniel Reuss
Tickets & info
Ga naar de eerste pagina

Sluiten
Orlandus Lassus is de belangrijkste Vlaamse componist uit de geschiedenis. Sander De Keere vertelt je hoe hij zo groot werd in een nieuwe aflevering van Iedereen Klassiek.
Ga naar de eerste pagina

Ga naar de eerste pagina
Omlaag schuiven om verder te gaan Swipe to continue
Vegen om verder te gaan