
Wat maakt een opera van meer dan honderd jaar oud vandaag nog altijd relevant?
Liefde, verlangen, jaloezie, afscheid en de moed om los te laten. Het zijn gevoelens die iedereen kent. Misschien is dat wel de reden waarom Der Rosenkavalier al meer dan een eeuw lang een publieksfavoriet is. Hoewel de opera zich afspeelt tussen Weense aristocraten, extravagante bals en zilveren rozen, vertelt Richard Strauss uiteindelijk een verrassend menselijk verhaal dat van alle tijden is.
Voor we op 4 oktober naar de Concertzaal trekken, nemen we je mee naar de wereld van Strauss, zijn beroemdste opera en de artiesten die hem straks tot leven brengen.
Richard Strauss als kind
Franz Strauss
De 14-jarige Richard Strauss
Richard Strauss wordt geboren op 11 juni 1864 in München. Zijn vader Franz Strauss is een bekende hoornist aan het hof van de Beierse koning. Thuis klinkt bijna altijd muziek, en het duurt dan ook niet lang voor Richard zelf achter de piano kruipt. Terwijl andere kinderen in de tuin ravotten, zit hij melodieën te verzinnen. Op zijn zesde schrijft hij zijn eerste composities. Al snel beseffen zijn ouders dat hun zoon een bijzonder talent heeft. Strauss groeit op in een warm en cultureel nest waar hij alle ruimte krijgt om zijn liefde voor muziek verder te ontwikkelen.
Titelblad 1e uitgave Also sprach Zarathustra
Ook tijdens zijn studententijd valt zijn talent op. Zijn muziek klinkt fris, ambitieus en zit vol zelfvertrouwen. Met Don Juan breekt hij in 1888 definitief door. Het bruisende orkestwerk maakt van de jonge Duitser in één klap een naam om rekening mee te houden. De successen volgen elkaar daarna in sneltempo op. Met Till Eulenspiegels lustige Streiche (1895), Also sprach Zarathustra (1896) en Ein Heldenleben (1899) verovert Strauss de Europese concertzalen.
Vooral dat tweede werk groeit uit tot een klassieker. De imposante openingsmaten worden later wereldberoemd dankzij de film 2001: A Space Odyssey. Ondertussen bouwt Strauss ook een carrière uit als dirigent. Hij leidt orkesten in onder meer München en Berlijn, en tegen de eeuwwisseling kent iedereen zijn naam.
Je hoort Sonnenaufgang, de majestueuze zonsopgang waarmee Strauss wereldberoemd werd.
Aan het begin van de 20e eeuw richt Strauss zijn aandacht steeds meer op opera. Daar kan hij zijn liefde voor grote orkestklanken combineren met meeslepende drama's en sterke emoties. Maar zoals zo vaak kiest hij niet voor de veiligste weg.
Salome
Met Salome (1905) zet hij de operawereld op stelten. Gebaseerd op een toneelstuk van Oscar Wilde draait deze opera rond de Bijbelse prinses Salomé en haar obsessie met Johannes de Doper. De sensuele insteek en de intense muziek zorgen voor heel wat ophef. Sommige toeschouwers zijn diep onder de indruk, anderen verlaten verontwaardigd de zaal.
Luister naar de sensuele orkestklanken die van Salome een van Strauss' meest controversiële opera's maakten.
Elektra
Vier jaar later gaat Strauss met Elektra (1909) nog een stap verder. Dit aangrijpende drama over familie, wraak en verbittering klinkt scherper en heftiger dan wat veel mensen op dat moment gewend zijn. Opnieuw verlegt Strauss de grenzen van het genre. Rond 1910 is hij een van de meest vernieuwende én omstreden componisten van Europa.
In Orest! Orest! klinkt Strauss' muziek scherper en dramatischer dan ooit tevoren.
Groepsfoto voor de première van Der Rosenkavalier in 1911
Na jaren van succes kijkt de muziekwereld nieuwsgierig uit naar Strauss' volgende stap. Samen met schrijver Hugo von Hofmannsthal werkt hij aan een nieuwe opera: Der Rosenkavalier. Na de schokkende klanken en controversiële thema's van Salome en Elektra verwacht bijna iedereen opnieuw vuurwerk. Maar Strauss kiest een andere richting.
Der Rosenkavalier voert het publiek mee naar het 18e-eeuwse Wenen: een wereld van paleizen, bals en elegante walsen. Humor, romantiek en weemoed nemen er de plaats in van de duistere spanning uit zijn vorige opera's.
De première in 1911 is een triomf. Het publiek sluit de nieuwe opera meteen in het hart en al snel groeit Der Rosenkavalier uit tot een van Strauss' meest geliefde werken.
Strauss dirigeert Schlagobers in Wenen
Ontmoeting Joseph Goebbels en Strauss
Terwijl Strauss van de ene triomf naar de andere gaat, verandert Europa ingrijpend. Wanneer begin jaren dertig het naziregime aan de macht komt in Duitsland, komt ook hij voor moeilijke keuzes te staan.
Hoewel hij nooit lid wordt van de nazipartij, aanvaardt hij enkele officiële functies en dirigeert hij tijdens de Olympische Spelen van Berlijn in 1936 zijn Olympische Hymne, terwijl het regime de Spelen inzet als propaganda. Tegelijk probeert Strauss zijn Joodse schoondochter en kleinkinderen te beschermen en blijft hij samenwerken met Joodse kunstenaars. Zijn houding tijdens deze periode blijft tot vandaag een veelbesproken hoofdstuk uit zijn leven.
Wat vaststaat, is dat Strauss in deze turbulente periode blijft componeren. Terwijl Europa steeds dieper wegzakt in conflict, werkt hij verder aan nieuwe opera's, liederen en orkestwerken.
Strauss in Garmisch-Partenkirchen met het libretto van zijn opera Die Liebe der Danae in 1945
Na de turbulente jaren keert de rust stilaan terug. Op zijn oude dag geniet Strauss samen met zijn vrouw Pauline van een rustiger leven in het Duitse Garmisch-Partenkirchen. Terwijl hij terugblikt op een carrière van meer dan zestig jaar, blijft hij componeren. De Vier letzte Lieder, geschreven in 1948, behoren tot zijn mooiste en meest ontroerende composities. Op 8 september 1949 overlijdt Strauss op 85-jarige leeftijd. Hij laat een indrukwekkend oeuvre na. Meer dan een eeuw later weerklinkt zijn muziek nog steeds in concertzalen en operahuizen over de hele wereld.
Het is 26 januari 1911. In Dresden trekken koetsen door de winterkou richting de Semperoper. Muziekliefhebbers uit heel Europa zakken af naar de stad aan de Elbe voor de première van een nieuwe opera van Richard Strauss. Met Salome en Elektra heeft Strauss de operawereld op haar kop gezet. Niemand weet wat hij deze keer uit zijn hoed zal toveren.
Margarethe Siems Die Marschallin
Eva von der Osten Octavian
Minnie Nast Sophie von Faninal
Karl Perron Baron Ochs auf Lerchenau
In plaats van duistere drama's en extreme emoties presenteert hij een werk vol liefde, humor, Weense elegantie en onweerstaanbare melodieën. Der Rosenkavalier is instant een succes. De belangstelling is zo groot dat er zelfs speciale ‘Rosenkavalier-treinen’ bezoekers naar Dresden moeten brengen. Nog geen jaar na de première staat de teller al op meer dan honderd opvoeringen. Meer dan een eeuw later is het nog steeds de meest geliefde opera van Richard Strauss.
Der Rosenkavalier speelt zich af in het 18e-eeuwse Wenen, een wereld vol paleizen, bals en aristocratische etiquette. Afkomst en status bepalen er vaak je toekomst, en huwelijken worden niet altijd gesloten uit liefde. Achter die façade schuilen heel herkenbare gevoelens: verlangen, jaloezie, ambitie, onzekerheid en de zoektocht naar geluk. In die omgeving laten Strauss en librettist Hugo von Hofmannsthal hun personages dromen, botsen en verliefd worden.
Richard Mayr als Baron Ochs (1926)
Wie aan Wenen denkt, denkt aan walsen, en Strauss strooit er kwistig mee doorheen de opera. Opmerkelijk genoeg bestond de beroemde Weense wals nog niet in de periode waarin het verhaal zich afspeelt. Maar historische nauwkeurigheid interesseert hem minder dan sfeer. Operakenners wijzen er bovendien graag op dat een wals in Der Rosenkavalier vaak klinkt op momenten waarop iemand iets verbergt, de waarheid verdraait of zich voordoet als iemand anders. Strauss gebruikt de wals dus niet alleen om sfeer te scheppen, maar ook om zijn personages onopvallend te ontmaskeren.
Een schoolvoorbeeld van hoe Strauss humor en karaktertekening combineert. Terwijl Baron Ochs zichzelf verliest in romantische fantasieën, laat de muziek subtiel horen dat we hem beter niet al te serieus nemen.
Een intelligente aristocrate, een impulsieve jongeman, een vastberaden jonge vrouw en een baron met een iets te hoge dunk van zichzelf. Meer heeft Strauss niet nodig om zijn opera op gang te trekken.
Wanneer Baron Ochs besluit te trouwen met Sophie, moet volgens de traditie eerst een 'Rosenkavalier' haar een zilveren roos overhandigen. Die taak komt terecht bij Octavian.
Wat een eenvoudige formaliteit had moeten zijn, zet al snel het hele verhaal op zijn kop. Zodra Octavian en Sophie elkaar ontmoeten, spatten de vonk ervan af. Strauss vat dat bijzondere moment in een mooi liefdesduet. Zonder grote gebaren of lange verklaringen laat hij horen hoe één ontmoeting alles kan veranderen.
Terwijl Octavian en Sophie hun toekomst ontdekken, beseft de Marschallin dat haar eigen liefdesverhaal stilaan ten einde loopt. Ze ziet hoe de jonge graaf verliefd wordt op iemand van zijn eigen leeftijd en begrijpt wat dat uiteindelijk zal betekenen.
Luister hoe de stemmen van Sophie en Octavian elkaar voorzichtig zoeken. De rest van de Rosenüberreichung hoor je hier.
Elisabeth Schwarzkopf als de Marschallin, Opéra de Paris, 1962.
Wat de Marschallin zo bijzonder maakt, is niet wat haar overkomt, maar hoe ze ermee omgaat. In haar beroemde monoloog Die Zeit, die ist ein sonderbar Ding denkt ze na over ouder worden en het verstrijken van de tijd. Strauss kleurt die gedachten niet met bitterheid of cynisme, maar met een mengeling van weemoed, humor en opmerkelijke levenswijsheid. Misschien is het net daarom dat zoveel luisteraars zich in haar herkennen. De Marschallin beseft dat niets voor altijd blijft zoals het is. In plaats van zich daartegen te verzetten, leert ze ermee leven.
Je hoort de Marschallin nadenken over iets waar iedereen vroeg of laat mee geconfronteerd wordt: de tijd.
Operaliefhebbers zijn het zelden met elkaar eens, maar over het slot van Der Rosenkavalier opvallend vaak wel. In de laatste scène komen verdriet, opluchting, liefde en hoop samen in een adembenemend slottrio. Veel luisteraars beschouwen deze minuten als de mooiste slotpagina's uit de hele operageschiedenis. Er is geen spectaculaire dood, geen grote confrontatie en geen dramatische ontknoping. Integendeel. Het hoogtepunt schuilt net in zijn eenvoud. De Marschallin laat los, Octavian en Sophie vinden elkaar, en Strauss vat dat alles samen in tien ongelofelijke minuten.
In het slot Hab' mir’s gelobt zingen drie stemmen niet tegen elkaar, maar met elkaar. Beluister het begin van wat velen de mooiste laatste tien operaminuten ooit noemen.
Bij een opera denken veel mensen spontaan aan indrukwekkende decors, prachtige kostuums en een druk podium vol actie. In een concertante uitvoering valt dat allemaal weg. De aandacht gaat volledig naar de muziek, de zangers en het orkest.
Voor Der Rosenkavalier is dat een grote troef. Strauss stopt zijn opera vol prachtige melodieën, meeslepende walsen en kleine muzikale details die je tijdens een geënsceneerde voorstelling soms zou kunnen missen. Zonder visuele afleiding komen details nog sterker naar voren, en dankzij de boventiteling met Nederlandse vertaling volg je moeiteloos elke wending. Je hoort niet alleen het verhaal, maar ook alles wat tussen de regels wordt verteld.
Magdalena Hinterdobler
Die Marschallin
Bianca Andrew
Octavian
Giulia Montanari
Sophie von Faninal
Patrick Zielke
Baron Ochs auf Lerchenau
Voor deze uitvoering staat een internationale topcast op ons podium. De Oostenrijkse sopraan Magdalena Hinterdobler vertolkt de Marschallin, het emotionele hart van de opera. De Nieuw-Zeelandse mezzosopraan Bianca Andrew kruipt in de huid van de impulsieve Octavian, terwijl de Italiaanse sopraan Giulia Montanari de rol van Sophie vertolkt. Tegenover hen staat de Duitse bas Patrick Zielke als de zelfingenomen maar onweerstaanbaar komische Baron Ochs.
Gürzenich-Orchester Köln
Chor der Oper Köln
De cast krijgt het gezelschap van het gerenommeerde Gürzenich-Orchester Köln, één van de drie internationale toporkesten waarmee Concertgebouw Brugge via Close Connections een duurzame artistieke band uitbouwt. Met bijna 200 jaar historiek is het een baken in de orkestwereld. Zo brachten ze Mahlers Derde en Vijfde symfonie nog in première met Mahler zelf op de dirigentenbok. Het huisorkest van de Opera van Keulen staat bekend om zijn warme klank, en de muziek van Richard Strauss zit in hun DNA. De sprankelende walsen, de intieme liefdesduetten en het beroemde slottrio krijgen hier alle ruimte om te schitteren.
Een opera als Der Rosenkavalier leeft niet alleen dankzij de solisten en het orkest. Ook het Chor der Oper Köln staat op het podium, een ensemble dat al jarenlang geroemd wordt om zijn precisie, flexibiliteit en krachtige uitstraling. Samen laten ze horen waarom Strauss een van de grootste orkestmeesters uit de muziekgeschiedenis is.
Dirigent Andrés Orozco-Estrada
Aan het hoofd staat Andrés Orozco-Estrada. De Colombiaans-Oostenrijkse dirigent staat bekend om zijn energieke aanpak en zijn talent om grote orkestwerken helder en meeslepend te laten klinken. Met zijn gevoel voor klankkleur, drama en lyriek is hij de ideale gids.
Meer dan een eeuw na de première blijft Der Rosenkavalier een opera die ontroert, verrast en doet glimlachen. Liefde, verlangen, afscheid en de moed om los te laten: Strauss verpakte het allemaal in muziek die vandaag nog even fris klinkt als in 1911. Op 4 oktober krijg je de kans om dit meesterwerk live te beleven in een concertante uitvoering van het Gürzenich-Orchester Köln.
Met Der Rosenkavalier dompelt het Gürzenich-Orchester Köln je onder in een wereld vol weemoed, humor en weelderige klankkleuren. In deze geliefde opera van Richard Strauss staat een vrouw centraal die terugkijkt op haar leven, loslaat en met milde berusting plaatsmaakt voor een nieuwe generatie. Tegen de achtergrond van sierlijke Weense walsen en een fluwelen orkestklank ontvouwt zich een ontroerend en tegelijk lichtvoetig verhaal over tijd, liefde en aanvaarding.