Weinig componisten belichamen de 16e eeuw zo volledig als Orlandus Lassus. Als kosmopolitische kunstenaar bewoog hij zich moeiteloos tussen talen, landen en muzikale stijlen, van geestige drinkliederen tot diep ontroerende kerkmuziek. Tijdens zijn leven genoot hij een internationale reputatie die slechts weinigen evenaarden. Tot zijn meest indrukwekkende werken behoren de Lamentationes Hieremiae Prophetae, negen meesterlijke zettingen van de klaagliederen van de profeet Jeremias. In deze muziek versmelten tekstexpressie, contrapuntisch vakmanschap en spirituele diepgang tot een aangrijpende meditatie over verlies, berouw en hoop. Meer dan vier eeuwen later behoren deze Lamentaties nog steeds tot de hoogtepunten van de renaissancepolyfonie.
San Giovanni in Laterano
‘Roland van bij den haard’; zo zouden we Orlandus Lassus kunnen noemen, want dat is wat zijn originele familienaam, Delattre, betekent. In Italië werd dat al gauw Orlando di Lasso; voor internationaal gebruik was het Latijnse Lassus meest geschikt. De haard waarbij de jonge Roland opgroeide, stond in Bergen (Mons) in de Habsburgse Nederlanden. Het was ook daar dat zijn talent werd opgemerkt en dat hij volgens de wildste verhalen meermaals werd ontvoerd omwille van zijn zuivere knapenstem. Het enige wat we met zekerheid weten, is dat zijn ouders hem in 1544 lieten meereizen in dienst van hertog Ferrante Gonzaga van Mantua. Dit bracht de 12-jarige knaap naar Mantua, Milaan, Sicilië, Napels en uiteindelijk Rome. Op 21-jarige leeftijd werd hij al kapelmeester van de basiliek San Giovanni in Laterano, op dat moment de belangrijkste kerk in Rome, aangezien de huidige Sint-Pietersbasiliek nog in volle opbouw was.
Schilderij Lassus aan het hof van München
Toen Lassus in 1554 vernam dat zijn ouders op sterven lagen, haastte hij zich naar Antwerpen. Daar, in de stad waar op dat moment Tielman Susato zijn hoogdagen beleefde als muziekdrukker, publiceerde hij zijn eerste werken. Vervolgens kwam hij aan het hof van Albrecht V in München terecht, eerst als zanger en vanaf 1563 als kapelmeester. Albrecht droomde van een muziekkapel naar Italiaans voorbeeld, en daarvoor was Lassus natuurlijk de geknipte man. Hij reisde nog regelmatig door Europa om zangers te rekruteren of op uitnodiging van hooggeplaatste leiders, maar ondanks de vele jobaanbiedingen zou hij tot aan zijn dood in München blijven werken, eerst onder Albrecht en later onder Wilhelm V, met wie hij een levendige briefwisseling onderhield.
‘de zeer toegewijde en zeer nederige dienaren Ferdinandus en Rudolphus
de gebroeders de Lasso.’
In München vond Lassus niet alleen een stabiel inkomen en een groeiende erkenning voor zijn werk. Hij leerde er ook Regina Wäckinger kennen, de dochter van een Beierse hofdame. Na hun huwelijk in 1558 kregen ze verschillende kinderen, onder wie de zonen Ferdinand en Rudolph, die ook musicus aan het hof zouden worden. Zij publiceerden in 1604 een overzichtsbundel van de Latijnse motetten van hun vader onder de titel Magnum opus musicum. Ze droegen het werk op aan Maximiliaan I, troonopvolger in Beieren.
Gulden spoor
portret Lassus
In de dedicatiebrief die aan het begin van de hierboven vermelde bundel werd afgedrukt, lezen we dat er een grote vraag was naar drukken en zelfs herdrukken van Lassus’ composities. Dat is echter niet de enige indicatie van zijn grote internationale faam. Lassus mocht verschillende eretekens en waarderingen ontvangen. In 1570 werd hij door keizer Maximiliaan II in de adelstand verheven. Een jaar later benoemde paus Gregorius XIII hem tot Ridder van de Gulden Spoor. Tijdens zijn leven werd hij meermaals gevraagd om in dienst te gaan bij vorsten en edellieden. De Franse koning Charles IX was een groot bewonderaar en probeerde tevergeefs om Lassus uit München weg te lokken. De beroemdste afwijzing van de componist was gericht aan de hertog van Saksen, om een positie in Dresden af te wijzen.
‘Ik heb geen zin om mijn huis, mijn tuin en de andere goeie dingen in München achter te laten.’
Een goeie Belg kent zijn talen. Dat gold ook voor Orlandus Lassus, die aan zijn jeugdige reizen een vloeiende kennis van het Frans, Italiaans, Nederlands, Duits en natuurlijk ook Latijn overhield. Die talenkennis kwam hem niet alleen goed van pas om sociale contacten te onderhouden, ook als componist schakelde hij moeiteloos tussen Latijnse missen, Italiaanse madrigalen, Franse chansons en Duitse en zelfs Nederlandse liederen. Helaas zijn er geen liederen op Nederlandse teksten bewaard gebleven, wellicht omdat de afzetmarkt voor deze muziek minder groot was en zijn Duitse broodheren er geen interesse in hadden.
Duits lied
Frans chanson
Lassus geldt als een van de meest productieve componisten van zijn tijd, met meer dan 2.000 gekende composities. Dat grote oeuvre maakt het des te opmerkelijker dat hij geen enkel instrumentaal werk heeft gecomponeerd. Nochtans waren er aan het hof in München ook meer dan genoeg instrumentalisten in dienst. Zijn chansons en andere wereldlijke composities werden wel op instrumenten uitgevoerd, zoals gebruikelijk was in de 16e eeuw, maar in een tijd waarin de instrumentale muziek opgang maakte, blijft het bijzonder dat Lassus geen originele muziek voor luit, cornetto, klavier of andere instrumenten schreef.
Originele versie van Vignon, vignon, vignette
Instrumentale uitvoering van Vignon, vignon, vignette
Naast een goed gevoel voor taal had Lassus ook een goed gevoel voor humor. Als een echte kameleon laveerde hij tussen verschillende stijlregisters, nu eens ernstig, dan weer grappig of zelfs scabreus. Vooral in de wereldlijke genres zoals madrigalen, chansons en Duitse Lieder, vinden we zowel verrassende als uitdagende composities terug. Het bekendste is wellicht, een villanella (meerstemmige volkse compositie) met een tekst die het verbasterde Italiaans van de slaven in Napels imiteert. Dat William Shakespeare het drinklied Un jour vis un foulon qui fouloit gebruikte in zijn toneelstuk over Hendrik IV zegt veel over de populariteit van Lassus in de 16e en 17e eeuw.
Je luistert naar Un jour vis un foulon
Ook in de religieuze muziek bleek Lassus bijzonder productief. In totaal schreef hij meer dan 50 missen en vele honderden religieuze composities zoals motetten, passies, requiems, magnificats, psalmen en natuurlijk de Lamentaties op tekst van de profeet Jeremias. De invloed van het Concilie van Trente (1545-1563) is al bij al beperkt. Lassus bleef grotendeels binnen de voorkeuren van het concilie. Zo is zijn religieuze muziek bij momenten wel erg contrapuntisch, maar nooit gekunsteld.
Je luistert naar Magnificat super Ancor che col partire
Je luistert naar Het chanson van Clemens non Papa
Je luistert naar Missa entre vous filles van Lassus
Een belangrijk voorschrift van het Concilie van Trente was dat religieuze composities beter niet gebaseerd waren op wereldlijke gezangen, en al zeker niet als de originele teksten obsceen waren. Zelfs nadat de richtlijnen van het concilie met enige vertraging het hof van München bereikt hadden, lijkt Lassus zich daar niet veel te hebben van aangetrokken. Dat levert enkele bijzondere titels op, zoals de Missa entre vous filles, op basis van Entre vous filles de quinze ans van Clemens non Papa, een chanson waarin vijftienjarige meisjes als te wulps en verleidelijk worden neergezet.
Albrecht en Willem van Beieren
Wie Lassus geregeld aanmoedigde om schunnige teksten op muziek te zetten, was graaf Willem van München, opvolger van Albrecht. De levendige briefwisseling tussen Orlandus Lassus en Willem versterkt het beeld van de componist als taalvirtuoos. Hij gooit met plezier verschillende talen door elkaar, maakt woordgrapjes, en steekt ook de draak met de geplogenheden van de tijd. Onderstaande afsluitformule is een duidelijke parodie op de superlatieven die overvloedig aanwezig waren in de dedicatiebrieven waarmee (muziek)publicaties werden opgedragen aan wereldlijke of religieuze leiders:
‘De nederigste en liefsthebbende dienstbaarste van uw excellentie, Orlandissimo Lassissimo.’
Of wat dacht je van deze woordspeling op de woorden gratia, gratis, grata, gratar en graticula?
‘Ik wil vragen dat uw gratie mij gratis in gratie houdt door mij niet over de rasp te raspen.’
vertalingen: Demmy Verbeke in zijn artikel Serenissimo et Illustrissimo Principi ac Domino. De brieven van Orlandus Lassus aan Wilhelm V van Beieren
In de publicatie van zijn motetten voegden de gebroeders Lassus (zie huwelijk en kinderen) een grafschrift toe ter ere van hun vader. Het is een knap staaltje humanistische poëzie met woordspelingen, stijlfiguren en retorische overdrijvingen die het taalgevoel van de grote componist waardig zijn. Zo wordt er in de derde regel gespeeld met de woorden Lassa (moe) en Lasse (aanspreekvorm van Lassus) en wordt Lassus hoger ingeschat dan Orpheus.
Jeremias was een bijbelse profeet die volgens het Oude Testament leefde in de 7e eeuw en 6e eeuw voor Christus. Zijn bekendste profetie was de voorspelling van de ondergang van Jeruzalem. Volgens hem zou God zijn volk straffen omdat ze zich schuldig maakten aan afgoderij en sociale onrechtvaardigheid. Om die reden zouden ze aangevallen worden door vijandige volkeren. Jeremias verwittigt niet alleen, hij bezingt ook de ellende van het volk. Van zijn naam is dan ook het woord jeremiade afgeleid, een klaaglied of lamentatie.
Wanneer de Tempel van Salomo in 586 v. Chr. verwoest wordt door de Babyloniërs en Nebudaknezar II, beschrijft Jeremias de ramp en het intense verdriet van het Joodse volk. In zijn tekst verwoordt hij hoe Jeruzalem de wonden likt. Hij verwijst zowel naar de stad als naar haar bevolking, en maakt in de openingsverzen de vergelijking met een eenzame weduwe en een gevallen vorstin. Hij beschrijft de oorsprong van de diaspora, hoe het volk van Juda (de joden) in ballingschap gestuurd werd, en hij treurt om de betere tijden die voorbij zijn.
Na het Concilie van Trente (1545-1563) werden fragmenten uit het boek Lamentaties gestandaardiseerd voor gebruik tijdens het Triduum Sacrum, de drie heilige dagen rond het lijden, sterven en verrijzen van Christus. Lassus droeg zijn versie op aan Johannes Benedictus, abt van het klooster van Benediktbeuern. Hij prijst hem als een muziekminnende, waardige man en schetst zijn muziek als de perfecte manier om te reflecteren tijdens Tenebrae-diensten in de Goede Week. Opvallend is dat hij zijn compositie beschrijft als ‘nachtelijke inspanningen’ en dat hij specifiek het droevige karakter van de muziek (harmonia mæstiore) aanhaalt. Hij ondertekent de brief op 3 maart 1585.
Lassus maakt, net zoals andere componisten, een selectie uit de vele Bijbelverzen. In totaal schreef hij negen lamentaties, die per drie geordend zijn. De muziek is bedoeld voor de drie dagen voor Pasen: drie lamentaties voor Witte Donderdag, drie voor Goede Vrijdag, en drie voor Stille Zaterdag. Op die manier is de periode tussen de dood en verrijzenis van Jezus een moment van contemplatie, waarbij de tekst van Jeremias de gelovigen een spiegel voorhoudt. Lassus sluit elke lamentatie af met telkens een andere muzikale zetting van de tekst ‘Jerusalem, Jerusalem, convertere ad Dominum Deum tuum’, een oproep aan Jeruzalem om zich opnieuw tot de ene ware God te bekeren.
Elke lamentatie bestaat uit meerdere onderdelen, waarbij het meest opvallend de melismes zijn op Hebreeuwse letters. De oorspronkelijke Bijbeltekst is immers opgevat als een acrostichon, waarbij elke regel met een volgende letter uit het (Hebreeuwse) alfabet begint. In vertaling bleven die letters behouden, en de meeste componisten die met de tekst aan de slag gingen, kozen ervoor om de woorden Aleph, Beth, Ghimel, … mee op muziek te zetten. Lassus voorziet de beginletters telkens van uitvoerige melismes (meerdere noten per lettergreep). Omdat het telkens maar over één woord gaat, vormt de fijnzinnige polyfonie geen probleem voor de verstaanbaarheid van de tekst. We kunnen deze muzikale interludes misschien het best vergelijken met de prachtig verluchte initialen – de rijkelijk versierde grote beginletters – in manuscripten uit die tijd.
Als we vandaag de partituur van een vijfstemmig werk bekijken, dan staan die vijf verschillende stemmen netjes onder elkaar. Op die manier zien we meteen welke samenklanken er zijn en hoe de stemmen zich ten opzichte van elkaar verhouden. Die moderne uitgaves zijn ook handig om de muziek te analyseren. In de tijd van Lassus werd muziek echter niet in partituurvorm gepubliceerd, maar als aparte stemboekjes. Elke uitvoerder krijgt enkel zijn of haar eigen melodie te zien, zoals in deze prachtige stemboekjes van de Lamentationes.
In de 16e eeuw was het Italiaanse madrigaal het genre bij uitstek om teksten muzikaal te verklanken. De vaak beeldrijke poëzie van dichters zoals Petrarca inspireerde de polyfonisten tot muzikale bewegingen die de betekenis van de tekst extra in de verf zetten. Soms lapten ze om die reden zelfs bepaalde muzikale regels aan hun laars. Voor Lassus was het muzikaal uitdrukken van de tekst een tweede natuur, ook in de religieuze muziek. In de polyfone zetting van de beginletters kiest hij vaak voor dalende melodielijnen om het klagende karakter extra in de verf te zetten.
Luistervoorbeeld dalende lijn op de letter Nun
Een vaak terugkerend beeld in de lamentaties is het beeld van de eenzaamheid en verlatenheid. De eerste lamentatie begint met de tekst ‘Quomodo sedet sola civitas’ [hoe eenzaam ligt de stad erbij]. Die eenzaamheid wordt eerst uitgedrukt door de bovenstem (die doorheen de bundel vaak Jeruzalem vertegenwoordigt) als enige later te laten inzetten, maar vooral door vanaf het woord sola de textuur te beperken tot twee van de vijf stemmen. De leegte na de plundering wordt haast zichtbaar in de partituur en hoorbaar in de uitdunning van de samenklank. Op het zinsdeel ‘plena populo facta est’ [die vroeger vol mensen was] komen opnieuw alle stemmen samen.
Luistervoorbeeld
Een van de belangrijkste en meest in het oor springende manieren om emoties, sferen of handelingen in muziek uit te drukken is toonhoogte. Stijgende lijnen drukken groei of positiviteit uit, dalende lijnen verval of verdriet. In de eerste lamentatie plaatst Lassus zorgvuldig de hoogste noten van de bovenstem voor de woorden ‘princeps provinciarum’ [de leider van de provincies]. Wat volgt in diezelfde stem is een dalende lijn tot de laagste noot van deze passage om uit te drukken dat die leider gedegradeerd is tot vazal (‘facta est sub tributo’). Op dit elan gaat Lassus doorheen de hele bundel verder, waardoor haast elk betekenisvol woord een muzikaal equivalent krijgt.
Luistervoorbeeld
Elke lamentatie eindigt met dezelfde oproep: ‘Jerusalem, Jerusalem, convertere ad Dominum Deum tuum’ – Jeruzalem, keer terug naar de Heer, uw God. Hoewel de tekst telkens identiek is, componeert Lassus voor elke lamentatie een nieuwe muzikale versie. Daardoor vormen deze slotwoorden niet zozeer een refrein, maar nodigen ze telkens opnieuw uit tot bezinning na de voorafgaande klaagzang. Die diepgaande reflectie, bezinning, en de omkering van ellende naar hoop, is precies wat zo mooi aansluit bij de erediensten van de Goede Week.
Voorbeeld slotformule
Voorbeeld slotformule
Het christelijke geloof was in de 16e eeuw sterk in beweging. De vele wantoestanden in de katholieke kerk leidden tot afsplitsingen van Rome, geïnspireerd door critici als Johannes Calvijn en Maarten Luther. Een tegenreactie van de Rooms-katholieke kerk kon niet uitblijven, en daarom werden tussen 1545 en 1563 verschillende bijeenkomsten gehouden die we nu samen beschrijven als het Concilie van Trente. Tijdens dat Concilie werd een antwoord geformuleerd op de kritieken van het protestantisme, en werd er nagedacht over welke weg de kerk uit moest gaan in de volgende eeuwen.
Palestrina en Paus Julius III
Palestrina
Sessie van het Conciellie van Trente
Lange tijd werd door musicologen aangegeven dat het Concilie van Trente pleitte voor een verbanning van de polyfonie, om terug te keren naar de zuiverheid en verstaanbaarheid van het gregoriaans. Zo’n vaart heeft het echter nooit gelopen, en recenter onderzoek wijst uit dat de bepalingen over muziek helemaal niet zo gedetailleerd waren. Muziek was wel degelijk een gespreksonderwerp tijdens het Concilie, maar dan eerder in de marge. Het was, net zoals rituelen, teksten en handelingen, een onderdeel van de liturgie en dus onderhevig aan de nieuwe richtlijnen van de kerk. Hoe die muziek er dan precies moest uitzien werd niet bepaald. Ook het beeld dat Palestrina als dé modelcomponist werd opgevoerd verdient dus enige nuance.
Je luistert naar Gloria uit de Missa Aeterna Christi munera van Palestrina
Lassus en Palestrina worden vaak in één adem genoemd, maar de muziek van Palestrina was lange tijd veel bekender dan die van Lassus. Het feit dat Palestrina tijdens het Concilie in Rome werkzaam was, het absolute middelpunt van de katholieke wereld, terwijl Lassus in het minder belangrijke München werkte, speelt zeker een rol. Ook in de 18e en 19e eeuw werd aan Palestrina veel belang gehecht, onder andere door de Ceciliaanse beweging die streefde naar een ‘zuivere’ kerkmuziek die dicht bij het gregoriaans bleef. Dat Lassus zijn religieuze muziek durfde baseren op seculiere modellen paste veel minder binnen dat ideaal. Daarnaast leent de muziek van Palestrina, met haar conceptuele helderheid, zich perfect voor muziekonderwijs, terwijl de complexiteit en stilistische veelzijdigheid van Lassus veel minder didactisch inzetbaar is.
Je luistert naar Het madrigaal Occhi, piangete van Lassus
De muziek van Lassus blijft al bij al eerder conservatief, wat niet betekent dat ze niet origineel of verfrissend was. Eerder koos hij ervoor om – wellicht geïnspireerd, maar daarom niet beperkt door het Concilie van Trente – de klemtoon op melodievoering en tekstuele verstaanbaarheid te leggen. In de Lamentaties maakt hij de bovenste stem vaak los van de totaaltextuur, waardoor de tekst duidelijker te volgen is. In zijn vroegere werk ontdekken we echter hoe ook hij de kunst van de doorgedreven chromatiek beheerste. Composities zoals de Prophetiae Sibyllarum kunnen wedijveren met de muziek van Carlo Gesualdo of Luca Marenzio.
Luistervoorbeeld: Carmina Chromatico, een vroege en harmonisch gewaagde compositie
Je luistert naar La nuict froide et sombre, een frans chanson
Albrecht V van Beieren hield er in München een hoogstaande muziekkapel op na, geïnspireerd door de Italiaanse hofkapellen. Hij liet heel Europa afschuimen op zoek naar de beste muzikanten en zangers. Dankzij Massimo Troiano, lid van de kapel tussen 1567 en 1570, hebben we veel informatie over het reilen en zeilen aan het hof. Zo beschrijft hij hoe de zangers elke ochtend de mis zingen en op zaterdag de Vespers. Op zon- en feestdagen kwamen daar blaasinstrumenten bij. Naast de religieuze opdracht, werden de musici ook ingezet tijdens de namiddagrust en bij officiële maaltijden. Daarbij werd een vast patroon gevolgd:
‘Nadat het eerste gerecht is opgediend, laten de blaasinstrumenten zich horen: afwisselend klinken de cornemuse, de fluiten, de trombones en de cornetti. Zij spelen Franse chansons en andere luchtige stukken tot het tweede gerecht wordt geserveerd. Vervolgens treden Antonio Morari en zijn collega's aan met hun viole di braccio. Zij brengen Franse chansons, kunstige motetten en soms ook prachtige madrigalen, uitgevoerd met een haast hemelse harmonie, tot aan de laatste gang.
Wanneer ten slotte het fruit op tafel komt, geeft meester Orlando di Lasso zijn zangers de vrije teugel. Met heldere en welluidende stemmen laten zij de aanwezigen luisteren naar een nieuwe compositie, die dagelijks wordt voorgesteld. Vaak zingen deze voortreffelijke musici bovendien schitterende kwartetten en trio's van grote artistieke verfijning, zodat Zijne Excellentie zelfs van tafel opstaat om zich geheel aan de betoverende harmonie over te geven.’
Toen Lassus in 1585 deze muziek op papier zette, was hij 53 jaar, en al meer dan 30 jaar actief aan het Münchense hof. We horen hier een componist op het hoogtepunt van zijn kunnen: internationaal gevierd, artistiek zelfverzekerd en volledig meester over zijn vak. De decennialange ervaring die hij had opgebouwd in het werken met zangers klinkt door in de soepele stemvoering en de zorgvuldige opbouw van de polyfonie. Zijn Franco-Vlaamse gevoel voor contrapunt, gecombineerd met de Italiaanse tekstexpressie, resulteert in een absoluut hoogtepunt, niet alleen van zijn oeuvre, maar zelfs van de muziek van de 16e eeuw.
Je luistert naar Lamentaties voor Witte Donderdag, derde lamentatie
Orlandus Lassus was lang niet de enige componist die muziek zag in de oude Bijbelteksten van Jeremias. Thomas Tallis, William Byrd, Antoine Brumel, Palestrina, Tomás Luis de Victoria, Pierre de la Rue, Jean Mouton, en tientallen andere bekende en minder bekende componisten maakten hun versie van de klaagliederen over Jeruzalem. Ook in de barokperiode en later bleven de meeslepende teksten inspireren. De bekende Léçons de ténèbres van Charpentier of Couperin gaan terug op dezelfde bron.
Je luistert naar Lamentations of Jeremiah (Tallis)
Dat de klaagzangen van Jeremias over het verwoesten van een stad gaan, maakte ze in de woelige 20e eeuw opnieuw erg relevant voor kunstenaars en componisten. Ernst Krenek was een van de vele Duitse vluchtelingen in Amerika tijdens de Tweede Wereldoorlog, en hij componeerde een volledige cyclus op basis van de tekst, inclusief verwijzingen naar de gregoriaanse melodieën. Ook Leonard Bernstein verwerkte tijdens de oorlogsjaren de tekst in een vocale compositie die hij later integreerde in zijn eerste symfonie.
Je luistert naar Derde deel van Bernsteins Jeremiah Symphony
Kort nadat Dresden was gebombardeerd, schreef Rudolph Mauersberger, cantor van de beroemde Kreuzkirche, het werk Wie liegt die Stadt so wüst, een haast letterlijke verwijzing naar de openingszin van de eerste lamentatie. Ook Threni (Stravinsky), Threnody (Penderecki) en nog vele andere werken uit de voorbije decennia grijpen terug op de eeuwenoude teksten van Jeremias om eigentijds geweld en vernieling te verwerken in nieuwe muziek.
Je luistert naar Wie liegt die Stadt so wüst
In de late 16e eeuw componeerde Orlandus Lassus zijn Lamentaties als een indringende getuigenis van menselijke ontreddering. Dit is muziek die de soberheid van de Goede Week verheft tot pure kunst. De ragfijne polyfonie van dit meesterwerk en de uitvoering door het gelauwerde Utopia Ensemble zijn pasmunt voor een onvergetelijke luisterervaring.