Hij wordt vermeld in het Guinness Book of Records als meest productieve componist ooit, maar toch staat hij al meer dan 250 jaar in de schaduw van zijn tijdgenoten. Georg Philipp Telemann werd lange tijd als een mindere componist beschouwd ten opzichte van Bach en Händel. Nochtans was hij in zijn eigen tijd minstens even bekend en belangrijk. Sterker nog: hij had een grote impact op het muziekleven in de steden waar hij kwam, én hij slaagde erin om bij te blijven met de recente ontwikkelingen in de muziek, terwijl iemand als Bach sterker geworteld bleef in de contrapuntische traditie van de barok.
Je luistert naar het Adagio uit de Tweede sonate voor fluitkwartet van Telemann, TWV43t
Telemann groeide niet op in een muzikaal nest, maar had als kind al een grote interesse in muziek. Hij leerde op zichzelf verschillende instrumenten spelen en was zoveel met muziek bezig dat zijn ouders vreesden dat hij nooit een echte baan zou hebben. Toen ze alle muziekinstrumenten wegnamen, ging hij gewoon elders musiceren. In 1694 stuurde zijn moeder hem naar een school in Zellerfeld. Ze hoopte dat leraar Caspar Calvoer, een studiegenoot van haar, de jongen van 13 weg zou houden van de muziek en zou klaarstomen voor een echte studie zoals rechten. De ironie wil dat Calvoer zelf een grote muziekliefhebber was. Hij leerde Telemann de kneepjes van het vak in muziektheorie en versterkte zijn muzikale ambities!
In 1701 trok Telemann naar Leipzig om dan toch rechten te studeren. Maar ook daar kreeg muziek al snel de bovenhand. Hij richtte er een collegium musicum (studentenorkest) op, componeerde muziek voor erediensten in de twee voornaamste kerken en werd zelfs directeur van de opera. Zijn enthousiasme en succes wekten wrevel op bij Johann Kuhnau, toenmalig Thomascantor van Leipzig, omdat Telemann al eens muzikanten van hem wegkaapte. Twintig jaar later was Telemann de gedoodverfde opvolger van Kuhnau maar hij bedankte voor de eer en de positie ging uiteindelijk naar de tweede keus … Johann Sebastian Bach.
In 1705 werd Telemann kapelmeester aan het hof van graaf Erdmann II van Promnitz in Sorau, het huidige Żary in Polen. De graaf hield enorm van de Franse muziek, dus bestudeerde Telemann de muziek van Lully en andere Franse componisten en verwerkte hun invloeden in zijn eigen muziek. Minstens even belangrijk was de ontdekking van de Poolse en Moravische volksmuziek tijdens reizen naar Krakau en Pszczyna. Telemann was gefascineerd door de ‘ware barbaarse schoonheid’ en de ritmische energie van deze muziek. In deze periode werd de basis gelegd voor de internationale stijl van Telemann.
Je luistert naar een Poolse dansmelodie, door Telemann opgeschreven en bewerkt.
Je luistert naar Telemanns Concerto polonais uit de periode 1715-1725.
Eisenach, waar Telemann van 1708 tot 1712 verbleef en werkte, was de geboortestad van Johann Sebastian Bach. En hoewel Bach in die periode al in Weimar werkte, hebben beide componisten elkaar in Eisenach ontmoet, wellicht tijdens een bezoek van Bach aan zijn familie. Bachs neef Johann Bernhard was er immers stadsorganist en hofmuzikant. Bach en Telemann ontwikkelden een mooie vriendschap. Nergens is er sprake van enige muzikale rivaliteit, en Telemann zou later zelfs dooppeter worden van Carl Philipp Emmanuel Bach. De tweede naam van de latere ‘Hamburgse Bach’, die Telemann als kerkmusicus in Hamburg zo opvolgen, was een eerbetoon aan zijn peetvader.
De muziek die Telemann componeerde hangt nauw samen met de posities die hij bekleedde. Rond 1711 had de componist het stilaan gehad met het werken voor de adel. De zware werklast, de relatieve onverschilligheid van de hovelingen, en het risico om van het ene moment op het andere uit de gratie van je broodheren te vallen motiveerden hem om te solliciteren voor de vacature van stedelijk muziekdirecteur en kapelmeester van de Barfüsserkirche in Frankfurt. Of zijn situatie qua werkdruk verbeterde valt te betwijfelen, maar in deze nieuwe positie vond hij wel de energie om het publieke muziekleven in Frankfurt naar ongekende hoogtes te brengen.
Je luistert naar het koraal ‘Ach, wie hungert mein Gemüte’ uit de Brockes-Passion, gecomponeerd in Frankfurt in 1715.
Je luistert naar Partita nr. 1 uit de Kleine Kammermusik, gecomponeerd in Frankfurt.
Telemann was niet alleen componist, maar ook een pionier in muziekuitgaven. Vanaf 1715 begon hij zijn eigen werken te publiceren. Vaak graveerde hij de drukplaten zelfs eigenhandig. Hij bouwde een internationaal distributienetwerk uit en verdedigde actief de auteursrechten van componisten. Hiermee liep hij op zijn tijd vooruit en hielp hij het idee ontwikkelen dat muziek intellectueel eigendom van de componist is. Telemann beperkte zijn activiteiten ook niet tot wat hem door zijn werkgevers werd opgedragen. Hij nam zelf initiatief voor publieke concerten en liet daarbij alle soorten muziek horen aan een breed publiek.
Vanaf 1721 werkte Telemann in Hamburg als muziekdirecteur van de belangrijkste kerken van de stad. Hier beleefde hij zijn meest productieve periode. Zijn taken waren indrukwekkend: twee nieuwe cantates per zondag, jaarlijks een nieuwe passie, muziek voor burgerlijke feesten, onderwijs aan leerlingen, leiding over concerten en de opera. Daarnaast organiseerde hij populaire openbare concerten en leidde hij het operahuis van Hamburg. Hij werd een centrale figuur in het culturele leven van de stad, waar hij tot zijn dood in 1767 zou blijven. Zijn opvolger? Carl Philipp Emmanuel Bach!
Je luistert naar Kapitänsmusik uit 1724, geschreven voor het jaarlijks banket van de Hamburgse burgerwacht.
Als ondernemer moet je een goede zakenman zijn, en dat was Telemann ook. Uit zijn autobiografie en andere bronnen leren we dat hij goed kon onderhandelen. Zo gebruikte hij in 1721 de vacature van Thomascantor in Leipzig als drukkingsmiddel om zijn werkgevers in Hamburg te overtuigen van een loonsverhoging. Ook eerder al wendde hij jobvoorstellen aan om zijn huidige positie te versterken. Daarnaast had hij een uitgebreid internationaal netwerk en correspondeerde hij met contacten in meer dan tien landen.
Voor Telemann was muziek er niet alleen voor de elite of voor professionele muzikanten. Hoewel zijn muziek contrapuntisch even geraffineerd kon zijn als die van Bach en Händel, koos hij vaak ook voor eenvoud en directe expressie. In die zin wordt zijn muziek soms bij de zogenaamde galante stijl ondergebracht. Vanuit die filosofie van toegankelijkheid koos hij ook vaak voor Duitse tempo- en karakteraanduidingen in plaats van de gangbare Italiaanse termen die meestal gebruikt werden. Dat is ook het geval in Die Tageszeiten: Hurtig (Presto), Tändeld und immer gelinde (Giocoso e sempre dolce), Geschwinde (Allegro) … Telemann zegt de dingen gewoon zoals ze zijn.
Je luistert naar de Sinfonia aan het begin van Die Tageszeiten, met de aanduiding Hurtig.
Telemann bleef zijn hele leven in goede gezondheid en bleef componeren tot in zijn tachtiger jaren. Op zijn 84e schreef hij nog twee uitgebreide wereldlijke cantates, waaronder Die Tageszeiten. Deze cyclus van vier solocantates volgt het verloop van de dag, een populair literair thema rond het midden van de 18e eeuw. Muzikaal laat Telemann zien dat hij helemaal mee is met de muziek van zijn tijd, met elegante melodieën, gebalanceerde muzikale zinnen en expressieve recitatieven. De slotkoren zijn dan weer een traditioneel element.
Je luistert naar het slotkoor van Der Morgen uit Telemanns Die Tageszeiten.
De titel van Die Tageszeiten spreekt voor zich. In vier delen beschrijft Telemann het verloop van een dag, van het ochtendgloren tot de nacht. De instrumentale inleiding zet in drie korte bewegingen de toon: de dag begint schoorvoetend, maar vol energie. Daarna volgt voor elk deel van de dag dezelfde opeenvolging van aria – recitatief – aria – koor. De solistische aria’s worden in elk dagdeel door een andere stem gezongen: sopraan voor de ochtend, alt voor de middag, tenor voor de avond en bas voor de nacht, zodat een overkoepelende dalende lijn ontstaat naarmate de dag vordert.
Friedrich Wilhelm Zachariä
Friedrich Wilhelm Zachariä
De tekst voor Die Tageszeiten is van Friedrich Wilhelm Zachariä. Deze Duitse schrijver had op zijn 18e al de succesvolle satire Der Renommiste gepubliceerd. In die beschrijving van het studentenleven laat hij zich meteen zien als een intelligente en humoristische schrijver met een scherpe pen. Niemand minder dan Goethe zou later onder de indruk zijn van het werk. Zachariä schreef ook ernstige werken en maakte onder andere een Duitse vertaling van John Miltons Paradise Lost. Hij was dus goed vertrouwd met de internationale literatuur en de trend van de natuurpoëzie.
Het Hamburger Drillhaus
Op 20 oktober 1757 stond Georg Philipp Telemann zelf in voor de allereerste uitvoering van Die Tageszeiten. Locatie was het Hamburger Drillhaus, een historisch gebouw in Hamburg dat oorspronkelijk werd gebouwd als militaire oefenruimte en later uitgroeide tot een bekende concert- en feestzaal. Telemann voerde er wel vaker zijn muziek uit. Die Tageszeiten zou al snel over de tongen gaan omwille van de atypische samenwerking tussen de oudere en strenge Telemann en de jonge, schenen stampende Zachariä.
Na de jubelende sopraan-aria bij het krieken van de dag volgt een recitatief waarin Telemann zijn grote inventiviteit etaleert. Een recitatief begint meestal met een akkoord gespeeld door de basso continuo, om de toon aan te geven voor de zangstem. Hier plaatst Telemann dat akkoord ijl in de hoge strijkers en creëert zo een statische, etherische klank die de tekst ‘Der ganze Himmel schwimmt in Glanz’ perfect onderstreept. Het vervolg van de zin, ‘die güld’nen Stunden führen einen Tanz’, wordt dan weer begeleid door caprioleske figuren die de muziek laten dansen. Verder plaatst hij een spannend akkoord op het woord ‘Harmonien’, keert hij terug naar de ijle klank op het woord ‘Sphären’, kiest hij de hoogste noten voor het woord ‘Sonne’ en nog veel meer. Het hele recitatief is bijzonder beeldend.
Je luistert naar het recitatief ‘Der ganze Himmel schwimmt in Glanz’. Hoor je alle muzikale verbeeldingen van de tekst?
Je luistert naar het slotkoor van Der Abend.
In de middag staan zonneschijn en bloemenpracht centraal. Naast de opnieuw erg levendige verklanking van het bos in het recitatief (kabbelende beekjes, zoemende bijtjes …) charmeert Telemann hier met twee innemende aria’s waarin de alt de schoonheid van de natuur bezingt en de Heer looft voor al dat moois. De aanduiding ‘Angenehm’ bovenaan de aria ‘Lass mich die süsse Wollust fühlen’ kon niet beter gekozen zijn voor het elegante menuet waarmee de alt door de middagzon lijkt te dansen. Het slotkoor van Der Mittag zet de bruisende kroon op het werk.
Je luistert naar de aria ‘Lass mich die süsse Wollust fühlen’. Let op het dansritme in driekwartsmaat.
Der Abend blijkt voor Telemann een geschikt dagdeel om lieflijke melodieën te componeren, geheel in de moderne stijl van zijn tijd. De trompetten ruimen plaats voor fluiten om de avondlijke rust alle ruimte te geven. In het recitatief keren we terug naar het woud dat nu donker en verkoelend is. Ook hier laat Telemann geen kans onbenut om het ruisen van de bladeren of het stromen van de beek in muzieknoten om te zetten. Hoogtepunt van de avondscène is misschien wel de tweede aria, waarin de tenor de slaap verwelkomt. ‘Schlaftrunken’ luidt het voorschrift in de partituur, en als er een manier bestaat om geeuwen in muziek om te zetten dan heeft Telemann die hier gevonden. De zuchtende motieven laten de muziek geleidelijk aan stilvallen. In het slotkoor wordt God geloofd met een fuga vanuit een dalende octaafsprong op de frase ‘Vom Aufgang bis zum Untergang’, opnieuw een knap staaltje van tekstexpressie.
Je luistert naar de aria ‘Komm, holder Schlaf!’
Je luistert naar het slotkoor van Der Abend.
Het donkerste stemtype is gereserveerd voor de nacht. In de openingsaria laat Telemann de bas samen zingen met de fagot. Dat levert niet alleen een bijzondere kleurencombinatie op, maar plaatst het instrument ook in een ongewone rol voor die tijd. De sterrenhemel wordt in het recitatief voorzien van hoge akkoorden die doen denken aan het recitatief dat het ochtendgloren kleurde. Wie dacht dat Telemann in de laatste aria en het koor de nacht in alle duisternis zou laten vallen heeft buiten de frisse geest van de 84-jarige componist gerekend. Op het einde van de dag wordt vooral de lof van God gezongen, met ogen die de duisternis overwinnen en een geest die niet gebonden is aan sterfelijkheid. Zo rondt Telemann zijn dagcyclus af op een energieke noot!
Je luistert naar het recitatief uit Die Nacht
De keuze voor bepaalde toonaarden was in de barok allesbehalve willekeurig. Volgens de toenmalige affectenleer bezat elke toonaard een eigen karakter en gevoelswaarde. Ook in Die Tageszeiten volgt Telemann een zorgvuldig uitgekiend parcours. Het werk begint in fa groot, een toonaard die werd geassocieerd met rust, natuurlijkheid en pastorale schoonheid. Voor de stralende middag kiest hij la groot: helder en expressief. Wanneer de zon ’s avonds zakt, klinkt de muziek een toon lager in sol groot, een warmere en zachtere toonaard die zowel ernstig als vrolijk kan worden ingevuld. Afsluiten doet Telemann in do groot, traditioneel verbonden met vreugde, helderheid en feestelijkheid.
Je luistert naar het slotkoor van Die Tageszeiten.
Die Tageszeiten ontstond in een periode waarin Hamburg een bloeiend publiek concertleven kende. Het werk richt zich expliciet tot een burgerlijk concertpubliek en weerspiegelt daarmee de veranderende muzikale cultuur van het midden van de 18e eeuw, waaraan Telemann zelf actief bijdroeg als organisator. Toch is de religieuze dimensie in Telemanns tijd nooit ver weg. De beschouwing van de natuur mondt telkens uit in dankbaarheid tegenover de Schepper. Daarmee bevindt het werk zich op het kruispunt van religieuze devotie en verlichtingsdenken.
Hoofdstuk 3: de historische context
Het midden van de 18e eeuw was de bloeitijd van de Verlichting. Mensen geloofden dat ze de wereld konden begrijpen met behulp van de rede en observatie. Daarmee groeide ook de fascinatie voor de natuur, die niet alleen als een schepping van God werd gezien maar ook als een bron van schoonheid en verwondering. Landschappen, seizoenen, zonsopgangen en andere natuurlijke fenomenen leverden inspiratie voor dichters, kunstenaars en componisten.
Een belangrijke inspiratiebron voor de Duitse natuurpoëzie was Barthold Heinrich Brockes, die in zijn omvangrijke dichtbundel Irdisches Vergnügen in Gott de hand van God ziet in zijn nauwkeurige observaties van bloemen, dieren en weerfenomenen. Zijn poëzie inspireerde verschillende componisten zoals Bach, Händel (denk maar aan de Brockes-Passion) en Telemann. Ook andere Duitse schrijvers, zoals Friedrich Wilhelm Zachariä, vonden aansluiting bij deze traditie van religieus geïnspireerde natuurbeleving.
Je luistert naar het recitatief ‘Die Nacht war kaum vorbei’ uit de Brockes-Passion van Georg Friedrich Händel.
Telemann was een begenadigd tuinier (hij wisselde zaden en planten uit met Händel!) en voelde zich sterk verbonden met de natuur. Dit sluit naadloos aan bij de natuurlyriek van zijn tijd en verklaart waarom hij in meerdere composities de natuur of natuurlijke fenomenen als uitgangspunt neemt. Naast Die Tageszeiten componeerde hij bijvoorbeeld zijn Donnerode, waarin hij de overweldigende kracht van de natuur verbindt met Gods macht. Aanleiding was de zware aardbeving in Lissabon van 1 november 1755. Ook in andere werken laat Telemann zich graag inspireren door de wereld om hem heen.
Je luistert naar Telemanns Vioolconcerto in A met als bijnaam ‘de kikkers’.
Het cyclische verloop van de tijd blijkt een inspirerend thema voor componisten te zijn. Denk maar aan de opeenvolging van de seizoenen in Vivaldi’s beroemde Vier seizoenen, Haydns Die Jahreszeiten of Tchaikovsky’s Les Saisons. Fanny Mendelssohn verklankte in Das Jahr de 12 maanden van het jaar. Ook het verloop van de dag komt geregeld voor. Jean-Philippe Rameau roept in de opera Les Boréades de uren van de dag op als allegorische figuren en bij Haydn vinden we Le Matin, Le Midi en Le Soir als titels bij zijn Zesde tot Achtste symfonie.
Je luistert naar Gavotte pour les heures et les Zephirs uit Les Boréades van Rameau.
Het idee om de verschillende momenten van een dag muzikaal vorm te geven bleef componisten fascineren. Een van de meest ambitieuze voorbeelden is Karlheinz Stockhausens onvoltooide cyclus KLANG. Die 24 Stunden des Tages (2004-2007), waarin elk werk één uur van de dag vertegenwoordigt. Waar Telemann het natuurlijke verloop van een dag beschrijft vanuit een religieuze en pastorale invalshoek, verkent Stockhausen eerder een spirituele en kosmische tijdsbeleving.
Je luistert naar Paradies uit KLANG van Karlheinz Stockhausen.
Hoewel Telemann in de eeuw na zijn overlijden tussen de plooien van de muziekgeschiedenis leek te verdwijnen, was zijn invloed op de jongere componisten rondom hem wel aanzienlijk. Naast zijn rechtstreekse leerlingen waren er ook heel wat muzikanten die onder zijn leiding hadden gewerkt en zo zijn muziek en stijl leerden kennen. Johann Friedrich Fasch gaf bijvoorbeeld zelf aan dat hij zijn eerste orkestsuites schreef naar het model van Telemanns suites. Ook later in de 18e eeuw bleef zijn muziek vaak uitgevoerd en gepubliceerd. Zijn liederen zouden de zogenaamde Berliner Liederschule beïnvloeden.
Je luistert naar de Suite in d van Johann Friedrich Fasch.
Vooral tijdens de 19e eeuw werd de muziek van Telemann niet naar waarde geschat. Muziekwetenschappers namen het oeuvre en de stijl van Bach als norm en konden de muziek van Telemann niet goed plaatsen in het grotere verhaal. Enerzijds was zijn oeuvre te omvangrijk om helemaal te doorgronden. Hij werd makkelijk weggezet als een ‘veelschrijver’, waarbij kwantiteit ten onrechte als een teken van mindere kwaliteit gezien werd. Ook was zijn stijl minder herkenbaar of omlijnd dan bij Bach of Händel het geval was. Soms werd de muziek van Telemann zelfs aangehaald om de superioriteit van de grotere helden te bevestigen. De ironie wil dat sommige composities die aan Bach werden toegeschreven later van Telemann bleken te zijn.
In de loop van de vorige eeuw veranderde de kijk op Telemann geleidelijk. Musicologen onderzochten zijn omvangrijke oeuvre systematischer en omarmden de stilistische veelzijdigheid van de componist. Na de Tweede Wereldoorlog verschenen er meer kritische uitgaven van zijn muziek en ook de opkomst van de historisch geïnformeerde uitvoeringspraktijk hielp om de muziek te herwaarderen. Tegenwoordig wordt Telemann opnieuw beschouwd als een van de belangrijkste componisten van zijn generatie en als een sleutelfiguur in de overgang van de barok naar de vroegklassieke periode.
Hoewel Die Tageszeiten vandaag volwaardig deel uitmaakt van het repertoire, wordt het werk nog niet zo vaak uitgevoerd of opgenomen. De bekendste uitvoeringen zijn die van Helmut Koch (1961), Wolfgang Schäfer (1987), Hermann Max (1996) en Fritz Näf (2009). Vooral de opnames van Schäfer en Näf hebben bijgedragen tot de herwaardering van dit opmerkelijke late meesterwerk van Telemann. Er is dus nog veel ruimte in het concert- en opnamecircuit om deze compositie ruimer bekend te maken.
Je luistert naar het slotkoor van Die Tageszeiten in de versie van Helmut Koch.
Je luistert naar het slotkoor van Die Tageszeiten in de versie van Wolfgang Schäfer.
Je luistert naar het slotkoor van Die Tageszeiten in de versie van Hermann Max.
Telemann. Die Tageszeiten
do 26 nov 2026 / 20.00