Opmerking

Dit multimediaverhaal gebruikt video- en audioclips. Ga na of uw luidsprekers ingeschakeld zijn.

Gebruik het muiswiel of de pijltoetsen op uw toetsenbord om tussen pagina’s te navigeren.

Vegen om tussen pagina‘s te navigeren

Hier gaan we

Bach

Logo http://concertgebouw-brugge.pageflow.io/bach-12417
Ga naar de eerste pagina

Geniaal. Uniek. Diepzinnig. Magistraal. Wanneer het om Johann Sebastian Bach gaat, tuimelen de grote woorden over elkaar heen. Maar hoe overrompelend zijn muziek ook was, het leven van Bach verliep opvallend onopvallend.

Ga naar de eerste pagina
0:00
/
0:00
Start audio now

In de herfst van 1705 wandelde de twintigjarige Johann Sebastian Bach meer dan 400 kilometer naar Lübeck om er de grote organist Dietrich Buxtehude aan het werk te horen. Nu is Bachs volledige oeuvre dankzij internet slechts een vingerklik van onze oren verwijderd. Voor miljoenen muziekliefhebbers is hij de oppergod van de klassieke muziek. Zijn composities lijken alomtegenwoordig, zijn marktpositie onaantastbaar. ‘Bach is best’, aldus de Welshe dichter Dylan Thomas. En toch, ondanks de reusachtige verering die hem te beurt valt, blijft Bach een enigmatisch, ongrijpbaar figuur. In vergelijking met andere beroemde componisten uit zijn tijd leefde Bach een onavontuurlijk, provinciaal leven: hij werkte onafgebroken en keihard, reisde weinig en liet voornamelijk saaie, brommerige brieven na. Wie was deze componist, die vanuit een uithoek in het Heilig Roomse Rijk onmetelijk geniale muziek bedacht?

Ga naar de eerste pagina
0:00
/
0:00
Start audio now

In zijn zelf samengestelde familiestamboom met als titel Ursprung den musicalisch-Bachischen Familie plaatst Bach zichzelf aan het eind van een lange genealogie kerkcomponisten, organisten, zangers, stadsmusici en instrumentenbouwers. Bach is trots om de jongste zoon te zijn van Johann Ambrosius Bach, die als ‘stadspijper’ het muzikale leven van Eisenach bestierde. Vrouwen komen in Bachs genealogie niet voor, maar het is welhaast zeker dat ook zijn moeder Elisabeth Lämmerhirt een begaafde muzikante was. In de Latijnse School zit Bach in hetzelfde klasje als Maarten Luther twee eeuwen daarvoor, maar zijn spijbelcijfers verraden een vrij dramatische leertijd. Zijn geboortehuis is verdwenen, maar zijn doopvont in de Georgenkirche, waar hij 332 jaar geleden gedoopt werd, is nog steeds een trekpleister voor Bachpelgrims.

Ga naar de eerste pagina
0:00
/
0:00
Start audio now

Kort na de dood van zijn beide ouders trekt de tienjarige Bach naar het dorpje Ohrdruf, waar zijn oudste broer Johann Christoph in aanzien staat als een ‘uiterst kunstzinnig’ kerkorganist. Johann Christoph, die bij Pachelbel had gestudeerd, brengt zijn broertje het orgelspel bij en laat hem kennismaken met internationale klaviertechnieken. Dankzij de necrologie die na Bachs dood verscheen, weten we dat de tiener er in bed duikt met partituren uit de bibliotheek van broerlief en onder maanlicht klaviermuziek kopieert. Rond zijn veertiende besluit hij zijn gymnasium af te maken in het meer dan 250 kilometer hoger gelegen Lüneberg, waar hij in de leer gaat bij de geëerde organist Georg Böhm, die hem een timbregevoelige, Franse manier van orgelspelen bijbracht.

Ga naar de eerste pagina
0:00
/
0:00
Start audio now

Op zijn zeventiende staat Bach voor een levensbepalende keuze. Zal hij een internationale componistencarrière najagen, of kiest hij voor een leven als kerkorganist? Bach kiest voor het laatste: het nieuwe, imposante kerkorgel van Arnstadt voedt zijn muzikale verbeelding. In zijn toccata’s, passacaglia’s en fuga’s voor orgel hoor je een talent dat meesterlijk door het lint gaat met ornamenten en contrapunt. Maar dat de nieuwe organist een hautaine twintiger is die weet wat hij waard is, wordt de kerkraad snel duidelijk. Hij laat zich royaal betalen, zijn aanvaring met een fagottist zorgt voor opschudding en wanneer hij naar Lübeck trekt om er de bejaarde Buxtehude te horen, blijft hij maar liefst vier maanden weg. Om maar te zwijgen over die 'eigenaardige variaties' en ‘dwalende tonen' waarmee hij indommelende kerkbezoekers wakker doet schrikken.

Ga naar de eerste pagina
0:00
/
0:00
Start audio now

In 1706 krijgt Bach de kerkraad van Arnstadt over zich heen omdat hij een jonge vrouw op de orgelzolder toegelaten had. Een maand later verneemt hij dat ze in de meer prestigieuze 'vrije rijksstad' Mühlhausen op zoek zijn naar een nieuwe organist. Bach grijpt zijn kans en in de zomer van 1707 zegt hij het nuffige Arnstadt vaarwel. In Mühlhausen krijgt hij als kerkorganist de leiding over het muziekleven van de stad. In ruil voor het takenpakket onderhandelt Bach extralegale voordelen in de gedaante van ‘honderd schepel graan’, ‘twee vaam stookhout’ en ‘dertig dozijn takkenbossen’. Bach verrast zijn nieuwe kerkgemeente met gesofisticeerde cantates vol opera-achtige nuances zoals Gott ist mein König, een werk dat zo in de smaak valt dat het stadsbestuur de muziek in druk laat verschijnen.


Ga naar de eerste pagina

Bachs ambitie en ijver lijken onblusbaar. Buiten de werkuren neemt hij studenten aan en klust hij bij als inspecteur van kerkorgels. Wanneer in Weimar het gerestaureerde orgel van de hofkapel ingespeeld moet worden, maakt hij zo’n goede beurt bij de hertog dat die hem een royaal jaarsalaris voorhoudt. Bach dropt in Mühlhausen een hooghartige ontslagbrief: het vooruitzicht om een ‘aangenamer leven te leiden’ tussen professionele musici, kan hij niet afwijzen. Bovendien is zijn kersverse bruid Maria Barbara zwanger. Als hoforganist en kamermusicus aan het hof in Weimar schakelt Bach een niveau hoger en bereikt hij in zijn orgelmuziek een briljante synthese tussen alle internationale stijlen en technieken. Na een kleine tien jaar houdt Bach het voor bekeken. Wanneer de ambitieuze componist bij de hertog wat al te halsstarrig aandringt op ontslag, gooit die hem een maand in de gevangenis.

Ga naar de eerste pagina

Bach laat de ergernis van zich afglijden. Hij heeft immers al een nieuwe job in het vooruitzicht: in het kleine, maar wereldse Köthen kan hij aan de slag als hofkapelmeester. Nog maar eens wordt zijn salaris verdubbeld. De voortreffelijke hofmusici van Köthen inspireren hem tot instrumentale meesterwerken als de viool- en klavecimbelconcerto’s, sonates en suites voor viool of cello, plus allerhande klaviermuziek 'pour le divertissement et le plaisir' van vorst Leopold. In de beroemde Brandenburgse concerto’s goochelt Bach met spitsvondige motiefjes, solistische interventies, bizarre bezettingen en vormen op de rand van anarchisme. Het verdriet om de dood van zijn vrouw en het huwelijk van zijn broodheer met een ronduit amuzikale prinses dreven Bach uit Köthen weg.

Ga naar de eerste pagina

In 1723 neemt Bach in Leipzig de post van cantor aan de Thomaskerk op zich. In Leipzig, een handelsstad met internationale connecties en een geroemde universiteit, hervindt hij zijn energie. Bach legt zichzelf een verschroeiend werktempo op en overweldigt zijn werkgevers door wekelijks nieuwe cantates af te leveren, ook al had hij geen verplichting daartoe. Hij neemt ook de leiding van het Collegium Musicum erbij, een gezelschap van professionals en amateurs dat wekelijks optreedt in een koffiehuis. Wanneer hij merkt dat de officiële waardering voor al dat prachtige werk uitblijft, komt hij zijn frustratie te boven door het schrijven van wereldse cantates, complexe orkestmuziek en het redigeren van klaviermuziek. Het patroon van Bachs loopbaan is intussen duidelijk: periodes van professioneel enthousiasme en brandende creativiteit lopen steevast uit op een anticlimax. 

Ga naar de eerste pagina

De bijna blinde, bejaarde Bach leeft zich uit met ingewikkelde contrapuntoefeningen, doorwrochte polyfonie, raadselcanons en geraffineerde fuga’s. In zijn laatste jaren realiseert hij enkele monumentale, abstracte composities. Het levert Das musikalische Opfer op, gebaseerd op een thema van koning Friedrich van Pruisen. Grootser van opzet is de Mis in b, een uitzonderlijke fusie van oude en nieuwe vocale technieken en stijlen. Zijn muzikale testament is de Kunst der Fuge, waarin hij één thema aan zoveel mogelijk transformaties onderwerpt. Wanneer hij overlijdt op 28 juli 1750, na twee mislukte oogoperaties en een slopende nabehandeling, wordt hij in een naamloos graf begraven op het Alte Johannisfriedhof. Halfweg de 20e eeuw worden Bachs botten ‘met zeer grote waarschijnlijkheid’ geïdentificeerd en in de Thomaskerk onder een strakke gedenkplaat herbegraven.

Ga naar de eerste pagina

‘U speelt Bach op uw manier, ik speel hem op mijn manier.’ Toen de Spaanse cellist Pablo Casals eens een opmerking maakte over de Poolse klaveciniste Wanda Landowska, beet die laatste fel van zich af. Terecht. Elke musicus staat voor de taak om Bach opnieuw uit te vinden. Hoe productief zijn scheppingsdrang ook, Bach was geen leverancier van routineus bandwerk: in elk van zijn stukken buitelen de ideeën kriskras over elkaar heen, er is geen loopje of het is neergezet als intellectueel ballet. Zo dacht ook Goethe erover, toen hij in 1827 voor het eerst ‘bij volkomen gemoedsrust en zonder storende factoren' met Bach in aanraking kwam: ‘het was alsof ik geen oren, geen ogen of overige zintuigen meer bezat, noch nodig had.' 

Ga naar de eerste pagina
Ga naar de eerste pagina
Sluiten

Ga naar de eerste pagina

‘Het is mogelijk dat niet alle musici in God geloven, in Bach geloven ze echter allemaal’, schreef de componist Mauricio Kagel. Bach zelf heeft alles aan God te danken. De religieuze muziek die hij als Thomascantor in Leipzig componeerde, emotioneert zelfs de hardnekkigste atheïsten. 

Ga naar de eerste pagina

Waar ligt Duitsland? Aan het begin van de 18e eeuw viel daar geen simpel antwoord op te formuleren. Het Heilig Roomse Rijk was een lege doos geworden, waarin diverse Duitse vorstenfamilies hun stempel drukten. In het westen en zuiden werd een katholieke alliantie op gang getrokken die al snel onder de plak kwam van het machtige Frankrijk. Aan de overkant van het rijk, achter de Elbe en de Donau, rezen fortuinlijke Duitse dynastieën op. Habsburgers en Hohenzollerns schreven geschiedenis door met hun spierballen te rollen. Tussen west en oost zat een wirwar van bufferstaatjes, die een lieve vrede trachtten te bewaren. In dit provinciale midden bracht Bach zijn leven door.

Ga naar de eerste pagina

Toen Bach in 1723 met zijn gezin van Köthen naar Leipzig verhuisde, betrad hij een moderne, internationale handelsstad met straatverlichting en publieke toiletten. Deze roezemoezige stad, door Lessing omschreven als de wereld in postzegelformaat, lag op een economisch kruispunt. Met meerdere handelsbeurzen per jaar verwierf Leipzig een monopolie op de verhandeling van boeken, tabak en koffie. Ook muzikaal was dit ‘kleine Parijs’ een trekpleister voor talent. Wie door muziek overrompeld wilde worden, ging naar de mis. In de twee hoofdkerken zorgde de Thomascantor – de belangrijkste stadsmusicus – elke zondag voor luisterrijke erediensten. 

Ga naar de eerste pagina
0:00
/
0:00
Start audio now

Bach heeft het in Leipzig niet onder de markt: als Thomascantor heeft hij de muzikale leiding over een handvol kerken, is hij leraar en opvoeder aan de Thomasschool, fungeert hij als muziekdirecteur aan de universiteit en staat hij in voor de wekelijkse zondagsvieringen, die hij met cantates moet opluisteren. Het ambt van Thomascantor is al sinds de 16e eeuw een van de meest prestigieuze en veeleisende functies binnen het Duitse muziekleven. Maar ondanks zijn gerenommeerde positie kan Bach niet voortdurend beschikken over voldoende of bekwame zangers en instrumentalisten. Dat zijn job bovendien afhankelijk is van diverse – soms rivaliserende – instanties, bureaucratisch geharrewar en politiek lobbywerk maakt zijn werk er niet makkelijker op.

Ga naar de eerste pagina
0:00
/
0:00
Start audio now

Het standbeeld van Bach, op het plein naast de Thomaskerk in Leipzig, laat een statige, zelfzekere en sjiek uitgedoste componist zien. Met opgerolde partituur in de hand kijkt de beroemdste inwoner van Leipzig aan alle hoofden voorbij. Toch is Bach bij zijn aanstelling geeneens de eerste keus: pas nadat beroemdere componisten Telemann en Graupner voor de job van Thomascantor bedankten, komt Bach in beeld. De minachting waarmee stadsambtenaren hun cantor bejegenen, drijft Bach tot telkens brutaler gedrag. In een beroemde brief schrijft hij over de ‘voortdurende ergernissen, afgunst en kwellingen’ waartoe zijn functie hem veroordeelt. Lange tijd kijkt hij uit naar andere posities. Bach hengelt naar een betrekking in het residentiële Dresden of droomt van een topjob in het vorstelijke Postdam. Het mag niet baten: Leipzig en Bach blijken tot elkaar veroordeeld.

Ga naar de eerste pagina
0:00
/
0:00
Start audio now

Op amper vier jaar tijd zal de nieuwe Thomascantor meer dan honderdvijftig cantates geschreven hebben. Zelfs rondom zwakke teksten timmert Bach muziekdramatische raamwerken van ouvertures, koren, koralen, recitatieven en aria’s. Op dezelfde manier creëert hij zijn passies, die het verhaal van Christus’ kruisdood navertellen. Dat zijn muziek veel en veel complexer is dan wat zijn voorgangers componeerden, deert hem niet. Bach voelt zich aangetrokken tot het Oudtestamentische hoofdstuk Kronieken, waarin beschreven staat hoe muziek in de tempel was geregeld. ‘Dit is het ware fundament van alle kerkmuziek waarin God behagen schept’, noteert hij in de marge van zijn Bijbelexemplaar. Onderliggende boodschap: alleen God is zijn publiek.

Ga naar de eerste pagina
0:00
/
0:00
Start audio now

In het Hamburgse tijdschrift Der Critische Musikus staat in 1737 te lezen dat Bach ‘de bewondering van de hele natie zou kunnen verwerven, mocht hij meer souplesse bezitten en door zijn gezwollen en verwarrende aanpak de natuurlijkheid niet ontnemen van zijn composities’. Bachs composities worden door tijdgenoten niet alleen technisch moeilijk bevonden, ze worden ook afgedaan als hopeloos ingewikkeld. De auteur van Der Critische Musikus heeft wel een punt: terwijl de muziekwereld richting galante melodieën en preklassieke contrasten pendelt, blijft de Thomascantor vasthouden aan geleerde technieken en kunstige vormen. Ook nu beziet de muziekgeschiedenis hem als een componist die niet met zijn tijd mee was.

Ga naar de eerste pagina
0:00
/
0:00
Start audio now

‘Zijn muziek houdt nooit op met bidden’, schreef de Hongaarse componist György Kurtág over Bach. Alles wat de Thomascantor componeerde, was een spiritueel offer. Naar eigen zeggen maakte hij muziek die tot doel had ‘de eer van God en de verstrooiing van de ziel’ te bevorderen. Er is haast geen werk van zijn hand dat niet afsluit met de letters SDG: Soli Deo Gloria, God alleen zij de eer. Bachs godsvrucht was immens en oprecht: vorsers rekenden uit dat hij minstens tachtig theologische boeken in zijn bezit had. Een van Bachs lievelingsboeken, Heinrich Müllers Liebes-Kuss, zegt het onomwonden: ‘muziek biedt niet alleen een glimp van het hemelse leven, maar is ook een werktuig om gericht na te kunnen denken over de dood’.

Ga naar de eerste pagina
0:00
/
0:00
Start audio now

Bach was een harde werker, een uit pit en puf opgetrokken musicus. Toch is er geen enkele eigentijdse beeltenis waarop je hem muziek ziet maken. Zijn beroemdste portret beeldt hem af als het prototype van de intellectualist: franjeloos zwarte frak, strenge blik en in de handen een geleerde canon die zesstemmig kan worden uitgewerkt. Geen toeval dat hij door velen als een god aanbeden wordt. Claude Debussy noemde hem de ‘Onze-Lieve-Heer der Toonkunst’. Toch, zo analyseert dirigent John Eliot Gardiner in zijn recente biografie, leidt de adoratie voor Bachs gewichtigheid af van de essentie. Bach was allesbehalve een god, maar een korzelige en autoritaire man die nooit naliet zijn ergernis te ventileren. ‘Een typisch geval van een vierkante pin, die niet in een rond gat past’, zo omschrijft Gardiner hem.

Ga naar de eerste pagina
Ga naar de eerste pagina

Wie waagt het de godsvrucht van Bach in twijfel te trekken? De burgers van Leipzig alvast niet: zij kenden hun Bach als kerkcomponist, de ‘director musices’ die flink 120 erediensten per jaar opluisterde. Tegenwoordig klinkt al die godlof in de concertzaal. Hoe moeten we luisteren naar een meesterwerk als het Magnificat

Ga naar de eerste pagina

Het meeste indruk maakt muziek die met de deur in huis valt. Precies zoiets wilde Bach bereiken met zijn eerste grote werk voor Leipzig. Zijn debuut als Thomascantor vierde hij niet met een cantate of passie, maar met een impressieve muzikale zetting van het Magnificat, het lied dat Maria bij aanvang van het Lucasevangelie zingt. Trompetten, pauken en houtblazers tuimelen feestelijk de kerk binnen, van fake vrolijkheid of misplaatste stemmigheid is geen sprake. De zwangere Maria, op bezoek bij haar nicht Elisabeth, kan haar geluk niet op: ‘Mijn ziel prijst en looft de Heer’. Maria’s verrukking wordt opgevangen in koorstemmen die schudden en bibberen van vreugde. Bachs tijdgenoten zullen moeiteloos de link gehoord hebben tussen ‘vorstelijke’ trompetten en pauken en de lofzang op het Koninkrijk Gods. 

Ga naar de eerste pagina

Dat Bach debuteerde met een Magnificat was puur toeval: amper drie dagen na zijn aanstelling diende de feestdag Maria-Visitatie opgeluisterd te worden. De Thomascantor was niet verplicht tot het schrijven van een nieuw Magnificat. Evengoed had hij muziek van een voorganger op de pupiters kunnen leggen. Maar Bach liet zich niet kennen, legde de lat meteen hoog en creëerde in geen tijd een meesterwerk. Voor zover we na kunnen gaan, heeft hij zelfs niks gejat uit vroeger werk: de muziek van het Magnificat lijkt voor de volle 100 % origineel. 

Ga naar de eerste pagina

‘Magnificat anima mea Dominum’: met die woorden begint Bachs avontuur in Leipzig. Maar was de Reformatie er niet op uit om onverstaanbaar Latijn uit de kerk te bannen? Het merendeel van Bachs religieuze muziek – cantates, motetten, passies, koralen, liederen – is inderdaad op Duitse tekst geschreven. Lokale tradities echter lieten zijsprongen naar het ‘katholieke’ Latijn toe. Zo was het in Leipzig gebruikelijk dat de lofzang van Maria op feestdagen in het Latijn weerklonk. Op normale weekdagen daarentegen werd Maria’s lofzang gezongen in de Duitse vertaling van Luther: ‘Meine Seele erhebt den Herren’. In zijn Magnificat, met name in het duet Suscepit Israel, bekroont Bach sopraan en alt met glorieus subtiele hobo’s die psalmmelodie van Meine Seele spelen. Alsof Luther vanuit de hoogte meezingt met deze verrukkelijke muziek.

Ga naar de eerste pagina

Het lied van de zwangere Maria had een belangrijk surplus: het lied is de vooraankondiging van Christus’ geboorte (Kerstmis) en vanuit theologisch perspectief zelfs de viering van zijn herrijzenis (Pasen). Op Kerstdag 1723 zijn zeven maanden oude Magnificat opnieuw uit de kast, om het aan te vullen met oorstrelende wiegeliedjes, gezongen door een ‘engelenkoor’. In de jaren die volgden, bleef Bach zijn Magnificat toesnijden en bijkleuren zodat de focus scherper op de essentie van Maria’s lofgezang lag: liefde voor God, gemengd met nederigheid barstensvol extase, verlangens naar genade en een fier besef van zuiverheid. 

Ga naar de eerste pagina

Architecturaal staat het Magnificat als een huis. De muziek van het grandioze, vijfstemmige openingskoor keert aan het einde terug, in de laatste maten van het slotdeel. Symmetrie, als teken van goddelijkheid, domineert Bachs partituur: het middelste koorstuk, Fecit potentiam, dient als spiegel voor de ganse compositie, waardoor elk nummer uit de eerste helft door verwantschappen in toonsoort, bezetting of metrum een tegenhanger krijgt in de tweede helft. Maar wat op papier een doordacht totaalproject lijkt, laat zich in de praktijk beluisteren als een verrukkelijke mix tussen sublieme aria’s en voorname koormomenten.

Ga naar de eerste pagina

In elk nieuw nummer geeft Bach het vertelperspectief van het Magnificat een kwartslag, waardoor telkens wisselende emoties en contexten blootgelegd worden. Zo majesteitelijk het openingskoor, zo intiem de aria die erop volgt. ‘Mijn hart juicht om God, mijn redder’: de woorden zijn weggelegd voor een solosopraan, in Bachs tijd een knapenstem, die de muziek naar het perspectief van Maria verlegt. Terwijl de strijkers dezelfde fanfarestootjes gebruiken als de trompetten aan het begin, is het jubeleffect totaal anders: zoete gelukzaligheid in plaats van verheven vreugde.

Ga naar de eerste pagina

Kort is het Magnificat enkel in tijd: de duurzaamheid van deze compositie zit in de knappe orkestkleuren, de fraaie koorpartijen, de aandacht voor tekstuele details, maar het meest nog in de veelzijdigheid waarmee Bach elk nieuw vers met andere muziek bedenkt. Elk nummer, hoe kort ook, is daardoor een hoogtepunt. In de korte tenoraria Deposuit potentes bijvoorbeeld hoor je aan de neertuimelende strijkersfiguren en opklimmende loopjes hoe God ‘heersers van hun troon’ stoot en ‘wie gering is’ aanzien geeft. 

Ga naar de eerste pagina

In zijn Magnificat is Bach als componist een rasverteller. Zijn muziek heeft de vinger continu aan de pols van de tekst, zodat een soort religieus theater ontstaat waarin elke wending of kronkeling zindert van betekenis. Zo opent de altaria Esurientes implevit met harmonieuze, ‘volle’ akkoorden: de ‘hongerigen’ uit de tekst krijgen te eten. Maar over de aria heen lossen de samenklanken op in losse eindjes en verloren lijnen: ‘rijken stuurt hij weg met lege handen’. Met zulke details had Bach de kerkgangers van Leipzig een voorsmaak gegeven van de geweldige cantates en passies die hen te wachten stonden. Dat hun ‘onverbeterlijke cantor’ steeds om scherp gespitste oren vroeg, verklaart waarom zijn kerkelijke werk vandaag nog steevast eersteklas concertmuziek is.      

Ga naar de eerste pagina
Ga naar de eerste pagina
Omlaag schuiven om verder te gaan
Vegen om verder te gaan