Opmerking

Dit multimediaverhaal gebruikt video- en audioclips. Ga na of uw luidsprekers ingeschakeld zijn.

Gebruik het muiswiel of de pijltoetsen op uw toetsenbord om tussen pagina’s te navigeren.

Vegen om tussen pagina‘s te navigeren

Hier gaan we

Ludwig van Beethoven

Logo http://concertgebouw-brugge.pageflow.io/beethoven-12696
Ga naar de eerste pagina

De muziek van Ludwig van Beethoven vind je in platenzaken onder het lemma B. Niemand die hem zoeken zal onder de V van het meer correcte ‘van Beethoven’. Al bij leven werd Beethovens naam ingekort tot keurmerk, als bewijs van zijn bovenmenselijke reputatie.

Ga naar de eerste pagina

In het Belgische telefoonboek vind je nog tientallen Van Beethovens terug. Dat de voorouders van ‘s werelds beroemdste componist uit Vlaanderen kwamen, weten ze in Mechelen maar al te goed. Overgrootvader Michiel ging er in het rood met vastgoed en kunsthandel, grootvader Louis was er als koorknaap en orgelstudent verbonden aan de Sint-Romboutskathedraal. Beide Mechelaars belandden in Bonn, waar Louis het tot kapelmeester schopte. Tot het eind van zijn leven droeg kleinzoon Ludwig het portret van Louis met zich mee. Op de Mechelse Haverwerf, kortbij de woning waar zijn voorouders ooit woonden, kijkt een bronzen Beethovenjoch bewonderend op naar zijn muzikale stamvader.

Ga naar de eerste pagina
0:00
/
0:00
Start audio now

Rekenflaters, schrijffouten, kromme zinnen en hanepoten zijn het bewijs: op de schoolbanken denkt de kleine Ludwig enkel aan muziek. Zijn vader Jean (Johan) is een verbitterde, alcoholverslaafde tenor aan de hofkapel van de Keulse keurvorst in Bonn. Vanaf 1778 slaat Johan munt uit het talent van zijn zoon, die hij opvoert als muzikaal wonderkind. Toch investeert hij ook in een uitstekende opleiding. Christian Gottlob Neefe laat de jonge Ludwig kennismaken met zowel oude compositietechnieken als de galant gewaagde kronkelmuziek van Carl Philipp Emmanuel Bach. ‘Mocht ik eens een groot man worden, dan heeft ook u daaraan een bijdrage geleverd’, zo schrijft Ludwig aan zijn leraar.  

Ga naar de eerste pagina
0:00
/
0:00
Start audio now

De nieuwe, muziekminnende keurvorst Maximiliaan Franz gokt erop dat in het zestienjarige muzikantje een roemrijk kapelmeester schuilt en geeft hem in 1787 toestemming voor een studiereis naar Wenen. Al na veertien dagen keert Ludwig terug naar Bonn, waar hij de scherven van zijn gebroken gezin – overleden moeder, dronken vader – tracht te lijmen. Wanneer de grote Joseph Haydn in 1792 Bonn doorkruist, wordt afgesproken dat het aspirant-kapelmeestertje bij hem in de leer kan. De flamboyante Graaf von Waldstein maakt zijn connecties in het Habsburgse Rijk warm voor deze beloftevolle jongen. Met de heilwens dat Ludwig ‘Mozarts geest uit de handen van Haydn’ zou mogen ontvangen, tekent Waldstein voor de meest profetische lofbrief uit de muziekgeschiedenis.

Ga naar de eerste pagina
0:00
/
0:00
Start audio now

Beethoven zal Bonn nooit meer terugzien, Wenen wordt zijn nieuwe thuis. De lessen bij ‘Groot-Mogol’ Haydn ontaarden in een prestigegevecht tussen twee generaties. Breekpunt van hun relatie is Beethovens opus 1: een set pianotrio’s die naar Haydns smaak te veel op gimmicks leunen. Later pocht Beethoven nooit iets opgestoken te hebben van zijn bepruikte docent. Prins Lichnowsky, logebroeder van graaf Waldstein, rekruteert Beethoven als huispianist en ontfermt zich over zijn carrière: hij verzorgt een breed netwerk aan contacten, schrijft muziekuitgevers aan, organiseert try-outs en helpt de jonge componist aan concerten en opdrachten. Beethoven rekent zijn schuld jegens Lichnowsky af met onbetaalbaar knappe muziek, zoals de ‘Sonate pathétique’.

Ga naar de eerste pagina
0:00
/
0:00
Start audio now

In geen tijd maakt Beethoven furore met zijn briljante, fantasierijke en ‘ongehoorde’ klavierspel. Binnen de prinselijke families, grafelijke huishoudens en vrijheerlijke geslachten van Wenen wordt de compromisloze toetsenman een household name. Maar ook het brede publiek leert Beethoven kennen: op benefietconcerten in 1795 slaat hij de Weners om de oren met spectaculaire pianoconcerto’s en een symfonie die al vanaf het openingsakkoord de norm op z’n kop zet. Een jaar later staat in Jahrbuch der Tonkunst Wien und Prag te lezen dat Beethoven alom bewondering oogst voor ‘de ongewone snelheid van zijn spel en het gemak waarmee hij de moeilijkste dingen speelt. Sedert enige tijd schijnt hij doordrongen te zijn in het hoogste heiligdom van de kunst, dat gekenmerkt wordt door precisie, gevoel en goede smaak’.

Ga naar de eerste pagina
0:00
/
0:00
Start audio now

Als componist belichaamt Beethoven het prototype van het romantische genie: onvoorspelbaar, theatraal en onhandelbaar. In 1802, Beethoven is achtentwintig, maakt opkomende doofheid zijn kunstenaarschap helemaal onsterfelijk. In een grotesk suïcidale afscheidsbrief heeft Beethoven het hart op de tong en de wanhoop tussen de lippen. Doorheen de lijnen van zijn Heiligenstädter Testament lees je hoe een musicus zijn falende gehoor offert op het altaar van de kunst. Enkele jaren later schrijft hij in zijn dagboek: ‘omdat je zo beperkt bent door je zintuigen, is het leven voor de kunst de enige mogelijkheid.’ Lijden voor de kunst: toen het credo van de romantiek geschreven werd, hield Beethoven de pen vast.

Ga naar de eerste pagina

De reddingsopera Fidelio, de ‘heroïsche’ Derde symfonie, het ‘keizerlijke’ Vijfde pianoconcerto of de vrijgevochten toneelmuziek voor Goethes Egmont: Beethovens muziek bezat power en glory. Luisteraars met noten overrompelen, daar is hij op uit. Terwijl zijn publiek nog rechtkrabbelt van de zoveelste muzikale stoot, heeft Beethoven al een nieuw stuk klaar. Tussen 1802 en 1812 schrijft hij een ontzagwekkende hoeveelheid meesterwerken. Het benefietconcert dat hij in december 1808 organiseert, is het bewijs van zijn werkdrift. Op het programma staan niet alleen de premières van zijn Vijfde en Zesde symfonie, maar ook die van het Vierde pianoconcerto en de Koorfantasie. Het publiek trotseert een ijskoude winternacht om zich vier uur lang aan de meest geniale muziek op te warmen.

Ga naar de eerste pagina

In 1810 publiceert hobbycomponist en beroepsfantast E.T.A. Hoffmann een roemruchte analyse van Beethovens Vijfde symfonie. Hoffmann vordert zijn lezers op niet zomaar passief te luisteren, maar op zoek te gaan naar de ‘betekenis’ van deze tekstloze muziek. Beethoven ontsluit volgens Hoffmann een onbekend rijk dat ‘niets gemeen heeft met de uiterlijke, zintuiglijke wereld’ en waarin de luisteraar ‘alle definieerbare gevoelens achterlaat, zodat hij zich kan overgeven aan het onuitsprekelijke’. Muziek als filosofie: nog steeds, meer dan tweehonderd jaar later, is aan die indruk niks veranderd. De beroemde aanhef van Beethovens Vijfde symfonie, aldus muziekjournalist Matthew Guerrieri, ‘lijkt de betekenis van de symfonie te ontsluiten maar legt verleidelijke mysteries buiten ons bereik. Ze zegt iets, maar geeft niks toe.’

Ga naar de eerste pagina
0:00
/
0:00
Start audio now

Wanneer Goethe de componist in 1811 ontmoet, ziet hij een nare, gefrustreerde man ‘wiens doofheid meer invloed heeft op zijn sociale dan op zijn muzikale kwaliteiten’. Doofheid, gezondheidsproblemen, onmatig alcoholverbruik, liefdesleed en familiezorgen: Beethoven ligt steeds vaker met zichzelf overhoop en componeert steeds minder. In de laatste tien jaren van zijn leven komt hij voor de dag met radicale muziekstukken als de grootscheepse Hammerklaviersonate of de excentrieke laatste strijkkwartetten. Theodor Adorno omschrijft Beethovens ‘late stijl’ als de kunst van een oude man die de dood in de ogen kijkt en zich realiseert dat er geen synthese of harmonie meer mogelijk is. 

Ga naar de eerste pagina
0:00
/
0:00
Start audio now

‘Spijt, spijt. Te laat.’ Wanneer een doodzieke Beethoven deze zogezegd laatste woorden uitblaast, naar verluidt na het ontvangen van een pakket lievelingswijn, is hij een wereldster. Meteen na zijn overlijden staan vrienden paraat om een dodenmasker te laten maken en om zijn bezittingen te inventariseren. Beethovens begrafenis, enkele dagen later, begint om drie uur in de namiddag: officiële gasten hebben uitnodigingen voor de uitvaartplechtigheid in hun binnenzak, Weense kinderen krijgen een vrije dag. Zo groot is de toestroom aan bewonderaars dat de rouwstoet anderhalf uur nodig heeft voor de 460 meter naar de kerk. Op de begraafplaats wordt een ode van dichter Franz Grillparzer voorgelezen waarin het woord God niet een keer voorkomt. Beethovens muziek is een religie op zich geworden.

Ga naar de eerste pagina
Ga naar de eerste pagina
Sluiten

Ga naar de eerste pagina

Dé apotheose van Beethovens Negende symfonie is het slotkoor ‘An die Freude’. De beroemde melodie daarvan weerklinkt al sinds 1956 op elke editie van de Olympische Spelen en werd in 1972 verkozen tot Europese volkshymne. Wat maakt deze ode zo succesvol? 

Ga naar de eerste pagina

In 1818 gaat Beethoven in de Hammerklaviersonate op avontuur: met rappe noten en dwarse fuga’s lapt hij de klassieke vormen aan zijn laars. Kort daarna zet hij de eerste maten van zijn Negende symfonie op papier. Ook hier daagt het besef dat de klassieke fatsoensregels niet zullen volstaan. Zijn nieuwe symfonie zal er een worden met vocale elementen: half orkestwerk, half cantate. Eerst denkt Beethoven aan een Grieks-mythologische hymne en een lofzang op Bacchus, maar dat plan sneuvelt aan de oppervlakte. Uiteindelijk lijkt hij toch een zuiver orkestrale symfonie te zullen schrijven, maar wanneer hij in 1823 aan de finale begint, rakelt hij een ode op van Friedrich von Schiller. ‘Alle menschen werden Brüder’: Helleense rechtvaardigheid, verpakt in Duits-romantisch humanisme.

Ga naar de eerste pagina

Beethoven en Schiller: nooit hebben ze elkaar ontmoet, brieven zijn niet uitgewisseld. De dichtende filosoof en toneelschrijvende historicus wist vermoedelijk niet eens af van het bestaan van de elf jaar jongere componist. Muziek was aan Schiller sowieso niet besteed: zijn interesse gold het doordenken van de geschiedenis en het romantiseren van de Verlichtingsidealen. Toneel was zijn medium. De vrijheidswind die uit theaterstukken als Die Räuber waaide, maakte machthebbers zo nerveus dat hij in de jaren 1780 op de vlucht moest. In Weimar profiteerde Schiller van de vriendschap met Goethe en vierde hij triomfen met invloedrijke geschriften en grote toneelstukken. Wie zich realiseert dat Wilhelm Tell nog in 1941 op last van de Führer verboden werd, beseft hoe explosief de politieke lading van zijn werk wel is.

Ga naar de eerste pagina

Beethoven is fan. Hij bezit de eerste editie van Schillers verzameld werk en citeert vaak en graag uit de toneelstukken van zijn ‘Lieblings Dichter’. Dat bij Schiller alles, ook de kunst, in het teken van vrijheid staat, treft hem diep. In Schillers esthetische wereld eist zelfs de jas die iemand draagt respect voor vrijheid. ‘Die jas verlangt van mij’, schrijft hij in een typerende passage, ‘dat ik niemand laat merken dat hij mij dient. In ruil daarvoor echter belooft hij mij, zo terughoudend van zijn vrijheid gebruik te maken, dat mijn vrijheid daar niet onder lijdt. En als we beiden woord houden, zal iedereen zeggen dat ik goed gekleed ben.’ Karl Marx meets Karl Lagerfeld. 

Ga naar de eerste pagina

Beethoven deelt ook Schillers geloof in een ‘Vernunftstaat’: een gemeenschap waarin mensen niet zomaar denken en handelen uit eigenbelang, maar uit moreel besef. De weg daartoe ligt volgens Schiller in een kunstzinnige opvoeding. De aanraking met ‘het schone’ slaat een brug naar een werkelijk humanitaire gemeenschap. De ideale mens is volgens hem degene die van zijn leven een kunstwerk maakt. Ook al draagt Beethoven Schillers levensfilosofie als tattoo op de borst, van diens teksten blijft hij af. Slechts één keer waagt hij het om groots uit te pakken met een Schillertekst. Maar de impact die An die Freude maakt in Beethovens Negende symfonie is meteen enorm. 

Ga naar de eerste pagina
0:00
/
0:00
Start audio now

Al aan het einde van de jaren 1790 morrelt Beethoven aan met Schillers gedicht An die Freude, maar het voornemen er een lied van te maken, laat hij schieten. An die Freude, geschreven in 1785, is immers niet zomaar een stukje poëzie: deze ode aan het universele verlangen naar goddelijke harmonie en vredevolle broederlijkheid is een van Schillers beroemdste gedichten. Wat Schiller later een ‘slecht volksgedicht’ zal noemen, groeit uit tot het lijflied van revolutionairen, vrijmetselaars en oproerkraaiers. De ode is dermate populair, dat Wilhelm von Humboldt in 1795 bericht dat de tekst zelfs door Berlijnse prostituees geparodieerd wordt: ‘Wij omarmen miljoenen, onze kus aan de hele wereld!’

Ga naar de eerste pagina
0:00
/
0:00
Start audio now

Waarom grijpt Beethoven voor zijn nieuwe symfonie terug naar een tekst die hij twintig jaar eerder terzijde schoof? Het korte antwoord: Napoleon. Wenen, de enige echte metropool in Centraal-Europa, is verzwakt uit de Napoleontische oorlogen gekomen. Economische deflatie, onhygiënische sanitaire omstandigheden, overbevolking in de binnenstad, toenemende armoede, slechte voedselkwaliteit: wat eens de prestigieuze hoofdstad van het Heilig Roomse Rijk was, is omstreeks 1820 een stad in vrije val. Keizer Franz I en kanselier Clemens Metternich trachten ‘Ruhe und Ordnung’ te scheppen door revolutionaire sentimenten en nationalistische idealen onder de duim te houden. Spionnen worden uitgezet om vrijdenkers te verklikken en een nieuwe censuur wordt ingevoerd.

Ga naar de eerste pagina
0:00
/
0:00
Start audio now

‘De jeugd van vandaag kan zich niet indenken welke vernederende onderdrukking onze creatieve geest moest ondergaan’, zo herinnert een vriend van Schubert zich het totalitaire regime van Metternich. ‘De politie in het algemeen en de censoren in het bijzonder wogen op ons als apen die we niet van onze schouders konden afslaan.’ Barometer voor deze repressie is de succesvolle revival van Mozarts Die Zauberflöte: voor de censor een lieve sprookjesopera, voor de vrijdenker een vrijheidsparabel. ‘De Franse revolutie heeft de regimes en de adel geleerd om de gewone man te wantrouwen’, schrijft de dove Beethoven in een van zijn conversatieboekjes. ‘Het huidige regime volgt niet langer de noden van de tijd.’

Ga naar de eerste pagina

Dat Beethoven begin jaren 1820 troost vindt in Schillers An die Freude is de voorbode van een strijdscenario voor de kunsten. Tot aan het midden van de eeuw zal de romantiek in de pas lopen van rebellie. Niet alleen Beethoven, ook andere kunstenaars kijken als gevolg van het blitzfenomeen Napoleon anders naar de wereld en voelen zich geroepen om hun stem te verheffen. Lord Byron zet zich in voor de onafhankelijkheid van Griekenland, Percy Bysshe Shelley betreurt in verzen het verlies aan maatschappelijke houvast, Honoré de Balzac doorprikt in vuistdikke romans de illusies van de burgerij, Victor Hugo en Charles Dickens maken ellende tot literair vraagstuk, Théodore Géricault zet de Londense armoe om in plaatjes en Honoré Daumier reduceert de monarchie tot een cartooneske spotprent.

Ga naar de eerste pagina

Door zijn nieuwe symfonie te bekronen met een pleidooi voor verbroedering verloor Beethovens of de muziek voorgoed aan onschuld. In plaats van Schillers ode te herleiden tot een lief lied, verleent hij ze de grootst denkbare dimensie: als magistrale apotheose van een orkestwerk. Door een publiek genre als de symfonie te gebruiken als spreekbuis voor utopisch denkwerk, maakt Beethoven een einde aan de illusie dat muziek politiek ongevaarlijk zou zijn. Niet toevallig gebruikte Leonard Bernstein, na de val van de Muur, de Negende symfonie als historische kookwekker: het woordje ‘Freude’ werd voor de gelegenheid vervangen door ‘Freiheit’.

Ga naar de eerste pagina
Ga naar de eerste pagina
Sluiten

Ga naar de eerste pagina

Spreken over de Negende symfonie is onmogelijk zonder de meest schaamteloze superlatieven. In Japan hebben ze er zelfs een speciaal woord voor. ‘Daiku’, letterlijk ‘de grootste negen’, is een monument uit de muziekgeschiedenis. 

Ga naar de eerste pagina

Geen uitvoering van Beethovens muziek spreekt zo tot de verbeelding als die van de Negende symfonie, op 7 mei 1824 in het Weense Kärntnerthortheater. Het publiek, dat in groten getale is komen opdagen, weet: de nieuwe symfonie is Beethovens eerste na tien jaar stilzwijgen. Zal de dove componist de klasse van zijn vroegere symfoniewerk kunnen evenaren? Op het podium slaat Beethoven wild om zich heen, vanuit de coulissen leidt Ignaz Umlauf het geheel in goede banen. Wanneer het publiek al na het scherzo in tumultueus applaus losbarst, moet iemand aan Beethovens mouw trekken om hem attent te maken op de dolenthousiaste menigte. Na afloop van de finale gaat de zaal door het dak. Pas wanneer Beethoven later op de avond de rekening gepresenteerd krijgt, stort hij van geluk in elkaar: dit stukje muziekgeschiedenis heeft hem slechts 420 gulden gekost.

Ga naar de eerste pagina

Fluisterzachte hoorns, stil zinderende altviolen en cello’s, violen die vanuit de stratosfeer neertuimelen: zo ijzingwekkend mooi is nooit eerder een symfonie begonnen. Ineens zet een dramatisch, hoekig hoofdthema in, gebaseerd op de vallende violen. Voor je het weet wordt de mysterieus onheilspellende intro herhaald. Halfweg het openingsdeel keert de intro terug: niet sereen of embryonaal zoals aan het begin, maar schrikbarend brutaal, met dreigende paukenroffels en verontrustende trillers. Het openingsdeel suggereert een wereldbeeld aan flarden: hoopvolle melodietjes en blijmoedige signalen worden afgeblaft of afgestraft, in de slotmaten doemt een onheilspellende begrafenismars op. 

Ga naar de eerste pagina

Ook in het volgende scherzo mikt Beethoven knallertjes op het trommelvlies. Opnieuw opent de muziek met vallende, neerkletterende noten. Strijkers en pauken kukelen halsoverkop achterover en geven zo de opmaat voor een koortsachtige en overijlde beweging. Beethoven mijdt de term ‘scherzo’ in zijn manuscript, waarmee hij de suggestie van vrolijke gekte (‘scherzo’ betekent letterlijk ‘scherts’) vermijdt. Ook hier niks om gerust in te zijn: de halsbrekende rush waarmee het orkest zich doorheen meer dan 1500 maten moet jagen, wordt bemoeilijkt door haaks geplaatste paukenslagen.

Ga naar de eerste pagina

Pas in de derde, langzame beweging slaat Beethoven een meer zalvende toon aan. Voor het eerst opent de muziek met een stijgende figuur. Het Adagio molto e cantabile ontspint als een hemelsmooie, lang uitwaaierende melodie. Beethoven verheft eenvoud tot hoogste kunst: de melodieën deinen op een eb en vloed van hymnische harmonieën en vredige ritmes, waarin blazers voor quasi-kerkelijke steunkleuren zorgen. Toch kan Beethoven het niet nalaten om de slotpassage (een reeks variaties op de hoofdmelodie) in te zetten met een penetrant kopermotief, dat de illusie van schoonheid met militaire krachtpatserij doorprikt. 

Ga naar de eerste pagina

Dan valt de symfonie in scherven uit elkaar. Beethoven opent zijn finale met een orkestrale kakofonie: een schrikwekkende fanfare die de onrustbarende eruptie uit het openingsdeel in herinnering roept. Cello’s en bassen trappen vol het gaspedaal in met een forsig recitatief, dat onderbroken wordt door herkenbare flarden uit de voorgaande bewegingen. Verderop presenteert Beethoven de langverwachte, wereldberoemde hoofdmelodie. Maar na drie orkestrales variaties op deze prachtmuziek knalt de luisteraar met het hoofd tegen de verbijsterende ‘Schreckensfanfare’. Er is een plan B nodig om te ontkomen aan de wurggreep van het duister.

Ga naar de eerste pagina

Nu mag het stoppen, vindt de bariton. ‘O vrienden, niet deze tonen, maar laat ons er meer aangename en vreugdevolle zingen.’ Zo legt Beethoven het plankje naar Schillers extatische hymne met de wereldberoemde hoofdmelodie. Maar voor de woorden ‘laat je omarmen, miljoenen’ heeft Beethoven heel andere muziek klaar. Wanneer Schiller zich richt tot een ‘boven het sterrenuitspansel’ wonende schepper, vat Beethoven het gevoel van menselijke nietigheid in een weifelmoedige, nogal complexe melodie vol grote sprongen. ‘Voel je de Schepper, wereld?’, vraagt Schiller zich af. Beethoven antwoordt met muziek die niks minder dan mystiek ontzag tentoonspreidt.

Ga naar de eerste pagina

Schiller, de ‘Duitse Shakespeare’, hoopt in zijn ode op een cultuurnatie waarin mensen beter worden door de omgang met elkaar. Pas in het besef dat ware vriendschap een godsgeschenk is, kan de moderne mens ontsnappen aan de schaduwkanten van het bestaan. Beethovens opsplitsing tussen onbezwaarde jubelzang (de beroemde hoofdmelodie) en transcendente declamatie (de minder bekende melodie) dient de essentie van Schillers lofzang op de vriendschap. Naarmate wereldse en mystieke gevoelens verstrengelen, grijpen ook Beethovens melodieën in elkaar en slingert de symfonie via een dubbelfuga naar een grandioze apotheose.

Ga naar de eerste pagina

Beethovens Negende boort zo’n universele dimensie aan dat vrijwel elke ideologische strekking zichzelf in het werk weerspiegeld ziet. Meteen ook de verklaring waarom het werk, ondanks de onmiskenbaar vredelievende boodschap, toegeëigend kon worden door zowel nazi’s als communisten. Het verklaart waarom het feminisme in de symfonie een voorbeeld zag van masculiene onderdrukking, of waarom het postkolonialisme er sporen in ontdekte van imperialistisch exotisme. Niemand kan er aanspraak op maken, iedereen wordt erdoor aangesproken: Beethovens Negende is in de meest letterlijke betekenis van het woord een ‘kus aan de hele wereld’.

Ga naar de eerste pagina
Ga naar de eerste pagina
Sluiten

Ga naar de eerste pagina
Omlaag schuiven om verder te gaan
Vegen om verder te gaan