Opmerking

Dit multimediaverhaal gebruikt video- en audioclips. Ga na of uw luidsprekers ingeschakeld zijn.

Gebruik het muiswiel of de pijltoetsen op uw toetsenbord om tussen pagina’s te navigeren.

Vegen om tussen pagina‘s te navigeren

Hier gaan we

Obrecht

Logo http://concertgebouw-brugge.pageflow.io/obrecht
Ga naar de eerste pagina

Italië zien, en sterven. Heel kort samengevat is dat het leven van Jacob Obrecht. De Gentse componist is een onuitwisbare coördinaat op de kaart van de Vlaamse polyfonie.

Ga naar de eerste pagina
0:00
/
0:00
Start audio now

Terwijl Brugge fortuin maakt met import en export en Antwerpen als zeehaven op de voorgrond treedt, boomt het 15e-eeuwse Gent als grootste stad van de Lage Landen. Maar door het rebelse gedrag van de ‘stroppendragers’ ligt de stad al sinds het begin van de eeuw op ramkoers met het Huis van Bourgondië. Wanneer rond 1457 Jacob Obrecht het levenslicht ziet, is de machtsconfrontatie tussen Gent en Filips de Goede gekanteld in het nadeel van de stad. Na een vernederende slag, waarin de Bourgondiërs voor het eerst buskruit-artillerie inzetten, is Gent een deel van zijn handelsvrijheden kwijt. Wat de jonge Obrecht van de politieke spanningen meekrijgt, weten we niet. Maar als zoon van een stadstrompetter zit muziek hem in het bloed, zoveel is zeker.

Ga naar de eerste pagina
0:00
/
0:00
Start audio now

De carrière van Obrecht verloopt in lussen en cirkels. Na zijn priesterwijding slaat de trompetterszoon zijn vleugels uit. Of hij actief was in Utrecht of Maastricht, waar hij Erasmus onder zijn leerlingen gehad zou hebben: daarover geen zekerheid. In 1480 gaat Obrecht aan de slag als zangmeester van de Sint-Gertrudiskerk van Bergen op Zoom, van waaruit zijn eerste composities zich verbreiden. Vier jaar later zakt hij af naar Noord-Frankrijk. Aan de kathedraal van Cambrai brengt hij koorknapen liturgie, zang, Latijn en goed gedrag bij. Weer een dik jaar later treffen we hem aan in Brugge, als zangmeester aan de (verdwenen) Sint-Donaaskerk. Obrecht wordt gerespecteerd om zijn muziek, maar aantekeningen in historische documenten suggereren ook financiële huichelarij en professionele laksheid.

Ga naar de eerste pagina
0:00
/
0:00
Start audio now

Als dertiger werkt Obrecht nog steeds onder de kerktoren. Maar zijn muziek is wel al de grens overgestoken. In 1481 neemt de invloedrijke theoreticus Tinctoris hem op in het geschrift Complexus effectuum musices, dat de belangrijkste componisten van het moment oplijst. Samen met andere, internationaal geroemde componisten wordt Obrecht er geprezen als een meester wiens composities ‘de kerken van God, de paleizen van koningen en de huizen van eigenaars vullen met de zoetste geluiden’. Ondanks de lovende woorden van Tinctoris is het Obrecht vooralsnog niet gelukt om een topjob aan een van de grote Europese hoven te krijgen.

Ga naar de eerste pagina
0:00
/
0:00
Start audio now

In het kosmopolitische Brugge heeft hij de handen vol: tot 1491 schrijft hij minstens vijftien gelegenheidsmissen, naast andere kerkmuziek en instrumentale bewerkingen van Vlaamse liederen. Zonder twijfel hoort hij in Brugge zijn oude collega Antoine Busnois glamoureuze reisverhalen vertellen over zijn internationale carrière. Wanneer hij in 1487 vanuit Ferrara een uitnodiging krijgt van hertog Ercole I d'Este, mag Obrecht zich een ‘Fiammingho’ noemen: een ‘Vlaamse’ muziekmaker die in Italië verwelkomd wordt als trendsetter. In Ferrara dompelt de Gentse zangmeester zich tien maanden lang onder in de Italiaanse cultuur. Eenmaal terug thuis componeert hij het ontroerende motet Mille quingentis ter nagedachtenis van zijn overleden vader.

Ga naar de eerste pagina
0:00
/
0:00
Start audio now

Wat gaat er door zijn hoofd als Obrecht terug in de Sint-Donaaskerk staat? Het kleine Brugge en de ambitieuze componist raken op elkaar uitgekeken. Na een ongemotiveerd ontslag in 1490 blijft Obrecht bizar genoeg toch nog enkele maanden in dienst, maar in januari 1491 trekt hij de deur achter zich dicht. Waar de componist naartoe trekt, is niet geweten, maar in juni 1492 staat hij als zangmeester op de koorbanken van de Antwerpse Onze-Lieve-Vrouwekerk. Vijf jaar lang hengelt hij vanuit de Scheldestad naar een job in Frankrijk. Met het aan de paus opgedragen motet Inter praeclarissimas virtutes mikt hij zelfs naar een aanstelling in het Vaticaan. Goed gegokt, maar Obrecht verliest.

Ga naar de eerste pagina
0:00
/
0:00
Start audio now

Het enige portret waarop Obrecht hoogstwaarschijnlijk te zien is, toont de componist in priesterlijk gewaad. Handen gevouwen, blik op oneindig. Uit de aantekeningen is op te maken dat de geportretteerde Obrecht 38 jaar oud is, en dus afgebeeld in zijn hoedanigheid als Antwerpse zangmeester. Weldoorvoede kin, stevige neus en bonkige handen verraden een onwankelbaar man die niet klaagt over zijn bestaan en de wereld. Toch had Obrecht daar reden toe: terwijl zelfs minder getalenteerde collega’s carrière maakten, blijft hij als priester-componist nederige posities in de Lage Landen bekleden.

Ga naar de eerste pagina
0:00
/
0:00
Start audio now

Obrecht wacht een leven in herhaling: in 1497 keert hij terug naar Bergen op Zoom, anderhalf jaar later vraagt hij gratie in Brugge. In 1501 gaat hij nog maar eens aan de slag in Antwerpen. Met enkele missen krijgt hij wel de aandacht van de Habsburgse Keizer, maar geen baan. Obrecht pakt zijn spullen en trekt op eigen houtje naar Italië, waar hij hoort dat ze in Ferrara op zoek zijn naar een opvolger voor de overleden Josquin. Obrecht waagt zijn kans en krijgt in 1504 eindelijk de topjob waar hij van droomde. Het geluk is van korte duur. Amper vijf maanden later sterft de hertog, zijn opvolger zet de componist op straat. In juli 1505 bezwijkt Obrecht aan de pest, de twee grafzerken die voor hem ontworpen werden, blijven onvoltooid.

Ga naar de eerste pagina

Obrechts artistieke loopbaan leest als een vertelling vol herhalingen en met een roemloze ontknoping. Een leven lang bleef hij dezelfde taken vervullen in steeds dezelfde steden. Alles wijst erop dat Obrecht wel uit zijn cocon wilde breken, maar daar nooit in slaagde. Verbroken contracten, uitgelopen verloven, boekhoudkundige fraude en professionele nalatigheden: hoe weinig bronnen er ook beschikbaar zijn, ze duiden alle op een gebrekkig organisatietalent. Had de trompetterszoon zijn Gentse koppigheid tegen zich? Obrechts uitmuntende, maar vaak ook abstracte en complexe muziek wijst alleszins op een persoonlijkheid die zich volledig kan verliezen in een briljant lijnenspel.

Ga naar de eerste pagina
Ga naar de eerste pagina

Wandel door Brugge en je voelt hoe de stad geld en haven omknelt. Lage woninkjes en nauwe steegjes duwen de wandelaar automatisch naar hoge rijkemanshuizen en brede straten. Geen toeval dat Obrecht een van zijn knapste missen voor een Brugse koopman componeerde.

Ga naar de eerste pagina
0:00
/
0:00
Start audio now

‘Er is te Brugge een plein waar de kooplieden zich verenigen. Men noemt het De Beurs. Daar komen Spanjaarden, Italianen, Engelsen, Duitsers, Oosterlingen, kortom alle natiën samen.’ Het reisdagboek van een Duitse geneesheer uit 1495 laat er geen twijfel over bestaan: geld is wat de wereld naar Brugge drijft. Sinds het ontstaan van de Bourgondische Nederlanden is het stadje uitgegroeid tot een kosmopolitische draaischijf waar luxegoederen, specerijen, paneelschilderijen en verluchte manuscripten verhandeld en verscheept worden. Wat de Duitse geneesheer niet ziet: staatsschulden, een verslappende lakenindustrie en nieuwe handelsstromen brengen Brugge in een neerwaartse spiraal. Enkele jaren later al steekt Antwerpen het ‘Venetië van het Noorden’ naar de kroon.

Ga naar de eerste pagina
0:00
/
0:00
Start audio now

Textiel blijft het goed doen, ook in tijden van crisis. Een van Brugges topkoopmannen is Donaas de Moor, die fortuin maakte met het verhandelen van bont. Stadsmagistraat, gildelid, hospitaalvoogd: De Moor was een man van aanzien. Samen met zijn vrouw Adriane de Vos sponsort hij de ziekenboeg van het Sint-Janshospitaal en richt hij in 1480 een reeks godshuisjes op voor timmerlieden, metselaars en kuipers. Drie jaar later rolt zijn kop in het conflict met Maximiliaan van Oostenrijk. De Moor wordt door de nieuwe Brugse magistraten beschuldigd van verraad: hij wordt voor vijftig jaar uit de stad verbannen. Minder dan vier maanden later sterft de ontredderde bonthandelaar op zijn buitengoed in Middelburg.

Ga naar de eerste pagina
0:00
/
0:00
Start audio now

De enige beeltenis van Donaas de Moor toont hem als een zestiger met de strenge blik die past bij een succesvolle businessman. De Moor zette zijn fabelachtige rijkdom graag in voor religieuze doelen, en dat werd trouwens ook verwacht van een man van zijn stand. Voor de heropbouw en verfraaiing van de Sint-Jakobskerk legt de bonthandelaar in de jaren 1470 een grote smak geld opzij. Naast de financiering van het koorgestoelte bestelt hij ook een groots altaarstuk. Zoals het een devote zakenman past, bekostigt De Moor in de Sint-Jakobskerk ook een private bidkapel, opgedragen aan de naamheiligen van hemzelf en zijn vrouw. Lamentatietriptiek, glasramen, altaarlinnen: kosten noch moeite worden gespaard voor de uitrusting van deze kapel van Sint-Adrianus en Sint-Donaas.

Ga naar de eerste pagina
0:00
/
0:00
Start audio now

Ook De Moors jongere echtgenote Adriane de Vos kent de waarde van geld. Op de lamentatietriptiek die zij en haar man voor hun bidkapel bestellen, staat deze koopmansdochter afgebeeld als een adellijke jonkvrouw met gouden halsband en jurk met eekhoornbont, wellicht een verwijzing naar het ambacht van haar man. Na de plotse dood van De Moor legt de weduwe argumenten, maar vooral geld op tafel om het lichaam van haar in ongenade gevallen echtgenoot naar Brugge over te brengen en in de Sint-Jakobskerk te begraven. De Vos zet alles in het werk om haar man te memoreren, zijn naam te zuiveren en zijn eeuwige verlossing te verzekeren. En daar hoort ook muziek bij.

Ga naar de eerste pagina
0:00
/
0:00
Start audio now

Obrecht heeft De Moor nooit gekend. Wanneer de componist in de herfst van 1485 vanuit Cambrai in Brugge arriveert, is de verbannen bonthandelaar al meer dan een jaar dood. Het is wellicht Adriane de Vos die de kersverse zangmeester benadert met de testamentaire wens van haar echtgenoot om op de feestdag van zijn patroonheilige Sint-Donaas (14 oktober) een polyfone mis met orgel en klokgelui uit te voeren. Op vraag van De Vos componeert de pas aangestelde Obrecht de Missa de Sancto Donatiano, waarin melodieën opgenomen zijn die verband houden met de verering van Sint-Donaas. Dat Obrecht ook het liedje Gefft den armen gefanghen in zijn mis verwerkt, is een onmiskenbare verwijzing naar de barmhartigheid van deze weldoener.

Ga naar de eerste pagina
Ga naar de eerste pagina

Haal ze maar eens uit elkaar, de melodische lijnen die in een polyfoon muziekstuk door elkaar wriemelen en krioelen. Wie luistert naar meerstemmige muziek laat zijn verstand los om ruimer baan te geven aan vervoering, spiritualiteit en overgave. Obrechts Missa de Sancto Donatiano is een briljant staaltje.

Ga naar de eerste pagina
0:00
/
0:00
Start audio now

‘Het gehele aristocratische leven van de latere middeleeuwen’, aldus historicus Johan Huizinga, ‘is een poging om een droom te spelen’. Geen hofleven dat die droomkunst zo beheerst als dat van de prachtlievende Bourgondiërs. In het graafschap Vlaanderen worden kunst, mode, architectuur, design, eten en muziek ingezet om politiek een esthetische upgrade te geven. Dankzij uitzonderlijk muziektalent uit lokale kathedraalscholen worden de Lage Landen de geboortegrond van de ‘Vlaamse’ polyfonie. ‘Fiamminghi’ als Dufay, Ockeghem en Isaac zwermen als profeten van de nieuwe compositiestijl uit richting Frankrijk, Italië en Oostenrijk. Met Josquin des Prez krijgt de polyfonie haar eerste superster.

Ga naar de eerste pagina
0:00
/
0:00
Start audio now

‘De noten doen wat Josquin met hen voorheeft, de andere zangmeesters doen wat de noten hun opleggen.’ In deze muzikale analyse van Martin Luther bekleedt Obrecht een middenpositie. Obrecht is duidelijk geen visionair componist als Josquin, die met zijn ‘sprekende muziek’ vooruitwijst naar een muziektaal waarin woorden en noten expressief op elkaar afgestemd zijn. Evenmin is hij de laatmiddeleeuwse zangmeester die noten aan elkaar borduurt zonder plan of samenhang. Typisch Obrecht is de mix tussen oude en nieuwe technieken, tussen cerebrale en expressieve elementen, tussen briljante stemverwikkelingen en eenvoudige voordracht. In zijn beroemde motet Salve crux, arbor vitae hoor je hoe twee muziekwerelden de estafettestok aan elkaar doorgeven.

Ga naar de eerste pagina
0:00
/
0:00
Start audio now

Met om en rond dertig missen op zijn naam mocht Obrecht zich een specialist noemen van de zogenaamde ‘cantus firmus-mis’. In dit genre worden de vijf delen van de katholieke eredienst – Kyrie, Gloria, Credo & Sanctus Dei – op elkaar afgestemd door in elk deel een bestaande melodie (de ‘cantus firmus’) te citeren. Religieuze gezangen, maar ook wereldse liederen als het volkswijsje L’homme armé werden gebruikt om de afzonderlijke misdelen tot een muzikale eenheid te smeden. Versieren, omspelen, uitrekken, manipuleren, transformeren, opstapelen, segmenteren, inkorten, omdraaien: door met één melodie te gaan kleien, konden componisten hun talent, techniek en kunstzin tonen.

Ga naar de eerste pagina

Obrecht was een grootmeester in het vormgeven van indrukwekkende klankvolumes gebaseerd op een cantus firmus. Zijn Missa de Sancto Donatiano is een van zijn meest luisterrijke en complexe composities. Terwijl tal van componisten één cantus firmus inzetten als het traag stromende fundament van hun missen, gebruikte Obrecht in zijn mis veel meer melodieën. Religieuze gezangen zoals het O beate pater Donatiane verleenden de mis een spirituele ‘backing vocal’: in dit Latijnse lied pleit Sint-Donaas bij Christus om het zielenheil van de gelovige. Tegelijk gebruikte Obrecht ook een werelds wijsje als Gefft den armen gefangen, dat gelovigen opdraagt gul te zijn voor minder bedeelde medemensen. Precies het soort menslievendheid waarvoor Donaas De Moor in Brugge bekend stond.

Ga naar de eerste pagina

De heilsboodschappen die Obrecht in zijn mis verwerkte, vielen bij Adriane de Vos beslist niet in dovemansoren. Maar wist ze dat de kersverse zangmeester ook een snipper uit een mis van Ockeghem verwerkt had? Het fragment dat hij voor het Sanctus uit Ockeghems Missa Ecce ancilla Domini ontleende, was een hommage van de ambitieuze Gentenaar aan zijn oudere, internationaal geroemde vakbroeder. Maar ook theologisch had Obrecht een goede reden om deze aan Maria’s zwangerschap gerelateerde muziek te verwerken. Wanneer het Ockeghemcitaat weerklinkt in het Sanctus, laat Obrecht de zegening van brood en wijn gepaard gaan door het mirakel van Maria’s zwangerschap. Dat het altaarstuk in De Moors privékapel Maria afbeeldde als moeder van Christus, versterkt de muzikale analogie.

Ga naar de eerste pagina

Obrechts Missa de Sancto Donatiano is meer dan het persoonlijke memoriam voor een koopman. Als zangmeester van de Sint-Donaaskerk weet hij perfect dat geen Bruggeling voorbij kan aan het feest van Sint-Donaas, die ook patroonheilige van de stad is. De feestdag begint elk jaar opnieuw om zeven uur ’s morgens met een vol uur klokgelui. Precies op dat ene uur vindt de herdenkingsdienst met Obrechts muziek plaats in de private bidkapel van De Moor en De Vos in de Sint-Jakobskerk. Dat Obrechts mis jaar na jaar uitgevoerd wordt met een feestelijke soundscape van kleppende klokken in de achtergrond, verleent de partituur extra ritualistische uitstraling.

Ga naar de eerste pagina
0:00
/
0:00
Start audio now

‘De kunst diende’, schreef Huizinga. ‘Zij had in de eerste plaats een sociale functie, en deze is bovenal het tentoonspreiden van praal, en het accentueren van de persoonlijke belangrijkheid, niet van de kunstenaar, maar van de stichter.’ In Obrechts tijd werd muziek een medium voor een nieuwe klasse. Voortaan konden ook koopmannen en -vrouwen, net als prinsen en koningen, zichzelf en hun godsvrucht door muziek laten vereeuwigen. Voor Adriane de Vos volstond alleen de meest geleerde muziektaal van het ogenblik. Haar opdracht tot Obrechts ‘koopmansmis’ leverde een van de meest verfijnde composities uit het polyfone repertoire op.

Ga naar de eerste pagina
Ga naar de eerste pagina
Sluiten

Sander van Klara legt uit hoe de Vlaamse polyfonie de muziekgeschiedenis veranderde.

Ga naar de eerste pagina
Omlaag schuiven om verder te gaan
Vegen om verder te gaan